Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiseres sub 1] ,
2.[eiseres sub 2]
[eiser sub 3],
1.[gedaagde sub 1] , en2. [gedaagde sub 2] ,
tevens gedaagden in het incident tot voeging,
1.De verdere procedure
2.De verdere beoordeling
het geval.”
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
In deze civiele procedure staat de rechtsgeldigheid van het besluit van 25 februari 2021 centraal, waarbij toestemming werd verleend aan een appartementseigenaar om een berging met toegangstrap te bouwen, wat wijziging van de splitsingsakte vereist.
De rechtbank overweegt dat het besluit genomen had moeten worden met instemming van alle appartementseigenaren of een gekwalificeerde meerderheid van vier/vijfde van de stemmen. Het besluit werd echter aangenomen met slechts 260 van de 500 stemmen, wat onvoldoende is volgens artikel 5:139 BW Pro en de splitsingsakte.
De rechtbank oordeelt dat het gezag van gewijsde van eerdere uitspraken van de kantonrechter en het hof niet strekt tot de beoordeling van de rechtsgeldigheid van dit besluit. De vordering van de gedaagden om het besluit nietig te verklaren wordt toegewezen, ook ten aanzien van een niet verschenen partij.
Tot slot worden de eisers veroordeeld in de proceskosten, die aan de zijde van de gedaagden zijn begroot op €1.330,07. Het vonnis is gewezen door mr. T.A.J.M. Provaas en op 8 november 2023 in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: Het besluit tot wijziging van de splitsingsakte van 25 februari 2021 wordt nietig verklaard wegens onvoldoende meerderheid.