Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
de rechtbank begrijpt: besloten] mijn auto snel in de achteruit te zetten en hard achteruit te rijden. Hierdoor kon ik een aanrijding met het voertuig ternauwernood voorkomen. Als ik dit niet deed dan zou hij mij zeker vol in de flank hebben aangereden. Dus aan de bestuurderszijde van mijn dienstvoertuig. Ik zag dat vervolgens de verdachte doorreed en de Koutenveld op reed. Bij de kruising met het Koutenveld te Brunssum sloeg de autoambulance wederom linksaf tegen de richting in. […] Gedurende de rit reed de autoambulance met verhoogde snelheid. […] Op de Prins Hendriklaan te Brunssum, kruisend met de Doorvaartstraat te Brunssum kon een onopvallend voertuig van Politie Nederland, welke voorzien was van optische- en geluidssignalen voor de autoambulance komen. De autoambulance reed vervolgens over de Prins Hendriklaan richting de Rumpenerstraat te Brunssum, aldaar sloeg die linksaf de Akerstraat op. Deze weg gaat over in de Heerenweg te Heerlen, ook deze weg bleef de autoambulance volgen. Aangekomen op de rotonde met de Unolaan, sloeg hij rechtsaf de Unolaan te Heerlen af. De Unolaan werd gevolgd tot aan de rotonde met de Bokstraat, waar de autoambulance de Bokstraat opreed. Dit deed de autoambulance in tegengestelde richting. […] Aankomende met de kruising Bredastraat en Limburgiastraat te Heerlen, vervolgde de autoambulance de Bredastraat. Ik [slachtoffer 1] zag dat de autoambulance meerdere malen slingerde en met de stuur links en rechts trok om kennelijk de rode gestolen Porsche van de trailer te laten vallen. Dit met het kennelijke doel om voor ons de weg te versperren. Ik […] bleef de achtervolging voortzetten en reed met nog andere dienstvoertuigen. Ik reed toen als derde auto. Op de [straatnaam 2] is het de verdachte gelukt om de Porsche van de trailer af te laten vallen. Hierdoor hebben wij rakelings de Porsche kunnen ontwijken om een aanrijding te voorkomen. Ik reed de Porsche rechts voorbij en reed verder achter de verdachte aan. Ik zag dat de verdachte autoambulance veel risico's nam en de rotonde meerdere malen verkeerd op nam en vaker tegen de richting in reed. […] Ook heeft de autoambulance mij geraakt aan de rechterzijde van mijn dienstvoertuig. Hierdoor heb ik schade opgelopen. […]. Op de Harlingenstraat reed de autoambulance door een weg afzetting in en reed over de zand en de wegwerkzaamheden. Ik zag dat hij met verhoogde snelheid bleef doorrijden. […] Ik zag dat de autoambulance nadat hij rechtsaf sloeg de [straatnaam 1] in tegen geparkeerde auto's opreed. […].
de rechtbank begrijpt: dienstvoertuig] snel naar achter en zag dat de autoambulance met hoge snelheid voor mij langsreed en rechtsaf sloeg. […] Enige tijd later werd de verdachte aangehouden. […] Ik voelde na de aanhouding plots hevige pijn in mijn nek. […]
de rechtbank begrijpt: het voertuig van verbalisant [slachtoffer 2]] gebeurde met een hoge snelheid van circa 60 tot 80 kilometer per uur. [8]
inrijdenmet de autoambulance op de voertuigen van de verbalisanten [slachtoffer 1] en [slachtoffer 2] schuldig heeft gemaakt aan een poging tot doodslag. [10] De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
gedachtestreepje 2onder feit 1 primair. Immers, in een situatie waarin een verdachte gepoogd heeft om iemand van de weg te rijden, dient er telkens kritisch naar de omstandigheden van het geval te worden gekeken. Een en ander luistert dan heel nauw wil de rechtbank tot de conclusie komen dat er sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood van een slachtoffer. Het procesdossier biedt, naar het oordeel van de rechtbank, onvoldoende aanknopingspunten om tot die conclusie te kunnen geraken. Zo is wel duidelijk dat de verdachte met een snelheid tussen 50 en 70 kilometer per uur reed. Echter is het de rechtbank niet gebleken dat op de momenten dat de verdachte abrupte stuurbewegingen maakte, er nog andere voertuigen in de buurt waren waardoor de kans op een aanrijding met ernstige gevolgen aanmerkelijk was. Ook is niet duidelijk wat op die momenten bij benadering de afstand was tussen het dienstvoertuig en de autoambulance en hoe de overige situatie ter plaatse was, bijvoorbeeld wat betreft de eventuele aanwezigheid van verkeerstekens etc. Bij gebreke van die gegevens is voor de rechtbank niet duidelijk of er een kans bestond op de dood en, zo ja, hoe groot die kans dan was. Daarom zal de rechtbank de verdachte van dit onderdeel vrijspreken.
gedachtestreepje 3onder feit 1 primair. Ook hier geldt dat de omstandigheden van het geval haast minutieus moeten kunnen worden bepaald, wil de gevolgtrekking kunnen worden gemaakt dat er sprake is van voorwaardelijk opzet op de dood van de aangever. Op grond van het procesdossier kan weliswaar vastgesteld worden dat de aangever op dat moment de derde auto in de achtervolging achter de autoambulance was. Het is echter niet duidelijk wat op dat moment bij benadering de afstand was tussen zijn dienstvoertuig en de andere politievoertuigen en de afstand tussen de voorste twee voertuigen en de autoambulance. Het dossier bevat ook hier te weinig informatie om te kunnen komen tot de gevolgtrekking dat daadwerkelijk sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood van verbalisant [slachtoffer 1] en dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg welbewust heeft aanvaard.
gedachtestreepjes 2 en 3onder feit 2 primair. Indachtig het hiervoor door de rechtbank geoordeelde omtrent de aangever [slachtoffer 1] (partiële vrijspraak verdachte), is de rechtbank ook hier van oordeel dat het procesdossier onvoldoende gegevens bevat om de conclusie te kunnen trekken dat er sprake was van voorwaardelijk opzet.
gedachtestreepje 4onder feit 2 primair. Op grond van de stukken kan immers niet worden vastgesteld of er politievoertuigen voor de verbalisant reden in de achtervolging achter de autoambulance aan. De verbalisant heeft aangegeven dat de autoambulance op een afstand van ongeveer 20 meter voor hem reed. Bij het ontbreken van overige gegevens acht de rechtbank dit alleen onvoldoende om te komen tot de gevolgtrekking dat daadwerkelijk sprake is geweest van een aanmerkelijke kans op de dood van verbalisant [slachtoffer 2] en dat de verdachte de aanmerkelijke kans op dat gevolg welbewust heeft aanvaard.
- de bekennende verklaring van de verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 30 oktober 2023;
- het proces-verbaal van aangifte namens [naam bedrijf] d.d. 4 juni 2021
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart het bewezenverklaarde onder
- verklaart dat het overige bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaalt dat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een
- stelt de volgende
- geeft aan voornoemde reclasseringsinstelling de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast van 120 dagen;
[slachtoffer 1]toe en veroordeelt de verdachte om tegen behoorlijk bewijs van kwijting aan de benadeelde partij te betalen
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 1] , van € 925,00 (immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 18 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- wijst de vordering van de benadeelde partij
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling aan de Staat ten behoeve van het slachtoffer, [slachtoffer 2] , van € 943,00 (immateriële schade), te vermeerderen met de wettelijke rente te berekenen over de periode vanaf 4 juni 2021 tot aan de dag van de volledige voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 18 dagen. De toepassing van gijzeling heft de betalingsverplichting niet op;
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
- een gsm (omschrijving: PL2300-2021084191-G1420378, Samsung);
- een muts (omschrijving: PL2300-2021084191-G1420385 bivakmuts, zwart);
- een handschoen (omschrijving: PL2300-2021084191-G1420386, Condor);
- een pet (omschrijving: PL2300-2021084191-G1420387, Black Bananas);