Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , uit [woonplaats] , eiseres
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.In beroep heeft de arbeidsdeskundige B&B in het rapport van 13 juli 2023 bepaald dat de geduide functies ook per 31 augustus 2021 actueel zijn.
Wat vindt eiseres
Wat vindt de rechtbank
de rechtbank begrijpt 4.10)frequent buigen tijdens het werk, 4.13 tillen, 4.14 dragen en 5.3 staan. De rechtbank is van oordeel dat de verzekeringsarts B&B voldoende heeft gemotiveerd waarom zij deze beperkingen niet overneemt. In het rapport van 12 juli 2023 stelt de verzekeringsarts B&B dat zij denkt dat de deskundige zich te veel heeft laten leiden door de veranderende medische situatie. De gegevens over het ziekteverloop van eiseres na datum in geding worden voor kennisgeving aangenomen maar vormen volgens haar geen reden tot aanvullende beperkingen per datum in geding. Naar aanleiding van vragen van de rechtbank licht de verzekeringsarts B&B haar standpunt nader toe in het rapport van 21 augustus 2023. Zij stelt dat uit het deskundigenrapport blijkt dat eiseres aangeeft dat de knieklachten en rugklachten na de datum in geding verergerd zijn. De deskundige geeft volgens de verzekeringsarts B&B enerzijds aan dat de claimklachten niet helemaal gevolgd kunnen worden, maar de deskundige is desondanks van mening dat de claimklachten van eiseres op basis van de rugproblematiek aanleiding geven om de FML aan te passen. Hierbij betrekt de deskundige volgens de verzekeringsarts B&B zijn eigen onderzoeksgegevens die betrekking hebben op een datum dat eiseres meer klachten heeft, en een jaar na datum in geding ligt. Ter onderbouwing van haar standpunt dat er op datum in geding niet meer beperkingen vereist zijn verwijst de verzekeringsarts B&B naar het lichamelijke onderzoek verricht door de primaire verzekeringsarts, het lichamelijk onderzoek dat zij zelf heeft verricht en informatie van de huisarts. De onderzoeksgegevens van de primaire verzekeringsarts laten een normaal bewegingspatroon met normale rugfuncties zien. Ook bij haar eigen onderzoek werden er geen duidelijke afwijkingen bij rugonderzoek vastgesteld, behalve dat eiseres het uitvoeren van bepaalde bewegingen als zwaar ervoer. Bovendien had eiseres bij de beoordeling van het UWV ook geen hulp nodig van haar partner bij het aan- en uitkleden zoals door de deskundige werd opgemerkt. Uit de van de huisarts verkregen informatie in het kader van de herbeoordeling blijkt volgens de verzekeringsarts B&B dat er sprake is van aspecifieke chronische rugklachten en dat de aard van de problematiek niet wezenlijk anders is dan bij de eerdere WIA-beoordeling. De verzekeringsarts B&B ziet daarom ook geen reden om de mogelijkheden tot functioneren (samenhangend met die rugproblematiek) wezenlijk anders in te schatten dan ten opzichte van de eerdere WIA-beoordeling. Omdat de onderliggende problematiek bij eiseres niet is veranderd, is er volgens de verzekeringsarts B&B ook geen aanleiding om het tillen en dragen, frequent buigen tijdens het werk en het staan verder te beperken. De verzekeringsarts B&B stelt daarbij dat bij de beoordeling van de arbeidsongeschiktheid niet de pijnklachten van iemand leidend zijn, maar dat de verzekeringsarts B&B dient na te gaan in hoeverre hier sprake is van beperkingen op basis van ziekte of gebrek. Bij aspecifieke lage rugklachten is er geen noodzaak om forse beperkingen ten aanzien van de belastbaarheid van de rug van toepassing te achten. Met de in kaart gebrachte belastbaarheid is er volgens de verzekeringsarts B&B voldoende rekening gehouden met de problematiek van eiseres. De verzekeringsarts B&B voegt hieraan toe dat door het UWV nooit gesteld is dat eiseres geen half uur zou kunnen staan. In de rapportage van 12 augustus 2020 worden de claimklachten van eiseres vermeld, waarbij eiseres van mening is dat ze minder dan een half uur kan staan.