Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , uit [woonplaats] , eiser
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
.
Rechtbank Limburg
Eiser heeft een WIA-uitkering aangevraagd, maar het UWV heeft deze geweigerd omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is vastgesteld, namelijk 26,15%. Eiser betwist dit en voert aan dat zijn beperkingen groter zijn, onderbouwd met deskundigenrapporten. De rechtbank beoordeelt het beroep zonder zitting en sluit zich aan bij het oordeel van het UWV, dat gebaseerd is op medische en arbeidskundige rapporten van verzekeringsarts en arbeidsdeskundige.
De rechtbank constateert dat het UWV tijdens de bezwaarprocedure aanvullende beperkingen in de Functionele Mogelijkhedenlijst heeft verwerkt, waardoor een zorgvuldigheids- en motiveringsgebrek in het bestreden besluit is hersteld. De medische belastbaarheid is inhoudelijk overtuigend gemotiveerd en de arbeidsdeskundige bevestigt dat de functies die eiser kan verrichten passen bij zijn beperkingen.
Eiser stelt dat hij meer beperkt is in lopen, zitten, staan, duwen en trekken, en dat er een urenbeperking van 20 uur per week moet gelden. De rechtbank volgt de verzekeringsarts die stelt dat er geen indicatie is voor een urenbeperking en dat de beperkingen adequaat zijn vastgesteld. De rechtbank wijst het beroep af en veroordeelt het UWV in de proceskosten, inclusief een vergoeding voor de deskundigenkosten van eiser.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de weigering van een WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat hij minder dan 35% arbeidsongeschikt is.