ECLI:NL:RBLIM:2023:6894
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak
Op 24 mei 2023 behandelde de rechtbank Limburg de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte. De vordering betrof een bedrag van €37.314,- dat volgens het OM was verkregen uit strafbare feiten zoals hennepteelt en diefstal van elektriciteit.
De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel slechts mogelijk is na een veroordeling wegens een strafbaar feit. Omdat verdachte in de strafzaak vrijgesproken werd van alle ten laste gelegde feiten, kon de ontnemingsvordering niet worden toegewezen.
Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming. De uitspraak werd mondeling gedaan tijdens de zitting en schriftelijk vastgelegd. De behandeling van de ontnemingsvordering vond gelijktijdig plaats met de strafzaak, waarbij eerst het vonnis in de strafzaak werd gewezen.
Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.