ECLI:NL:RBLIM:2023:6894

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
24 mei 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
03/043533-23 OWV
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 36e Wetboek van Strafrecht
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Officier van justitie niet-ontvankelijk in vordering tot ontneming wederrechtelijk verkregen voordeel na vrijspraak

Op 24 mei 2023 behandelde de rechtbank Limburg de vordering van de officier van justitie tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel van verdachte. De vordering betrof een bedrag van €37.314,- dat volgens het OM was verkregen uit strafbare feiten zoals hennepteelt en diefstal van elektriciteit.

De rechtbank oordeelde dat op grond van artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel slechts mogelijk is na een veroordeling wegens een strafbaar feit. Omdat verdachte in de strafzaak vrijgesproken werd van alle ten laste gelegde feiten, kon de ontnemingsvordering niet worden toegewezen.

Daarom verklaarde de rechtbank de officier van justitie niet-ontvankelijk in zijn vordering tot ontneming. De uitspraak werd mondeling gedaan tijdens de zitting en schriftelijk vastgelegd. De behandeling van de ontnemingsvordering vond gelijktijdig plaats met de strafzaak, waarbij eerst het vonnis in de strafzaak werd gewezen.

Uitkomst: De officier van justitie wordt niet-ontvankelijk verklaard in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel wegens vrijspraak van verdachte.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Strafrecht
Parketnummer : 03/043533-23 OWV
Tegenspraak
Uitspraak van de meervoudige kamer d.d. 24 mei 2023 op de vordering ex artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht
in de zaak tegen
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1991,
wonende te [adresgegevens verdachte] .
[verdachte] wordt bijgestaan door mr. C.D.W. Herrings, advocaat kantoorhoudende te Rijen.

1.Onderzoek van de zaak

De zaak is inhoudelijk behandeld op de zitting van 24 mei 2023. [verdachte] en haar raadsvrouw zijn verschenen. De officier van justitie en de verdediging hebben hun standpunten kenbaar gemaakt. De rechtbank heeft vervolgens direct mondeling uitspraak gedaan.
De behandeling van de ontnemingsvordering heeft gelijktijdig plaatsgehad met de behandeling van de strafzaak met parketnummer 03/043533-23. De rechtbank heeft eerst vonnis gewezen in de strafzaak. Vervolgens is de onderhavige uitspraak gewezen.

2.De vordering van de officier van justitie

De vordering van de officier van justitie strekt tot het vaststellen van het bedrag waarop het wederrechtelijk verkregen voordeel als bedoeld in artikel 36e van het Wetboek van Strafrecht wordt geschat en het aan [verdachte] opleggen van de verplichting tot betaling aan de staat van dat geschatte voordeel. De officier van justitie heeft dit bedrag geschat op € 37.314,-.
Volgens de vordering van de officier van justitie zou [verdachte] dit voordeel hebben verkregen door middel van of uit de baten van de haar in de strafzaak ten laste gelegde feiten (het plegen c.q. medeplegen van hennepteelt, dan wel de medeplichtigheid hieraan, en het plegen c.q. medeplegen aan diefstal van elektriciteit, dan wel de medeplichtigheid hieraan).

3.De beoordeling

Uit artikel 36e, eerste lid, van het Wetboek van Strafrecht vloeit voort dat wederrechtelijk voordeel alleen ontnomen kan worden na veroordeling wegens een strafbaar feit. De rechtbank heeft [verdachte] vandaag vrijgesproken van alle aan haar ten laste gelegde feiten. De officier van justitie wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in zijn vordering.

4.De beslissing

De rechtbank:
- verklaart de officier van justitie niet-ontvankelijk in de vordering tot ontneming van wederrechtelijk verkregen voordeel.
Deze uitspraak is gewezen door mr. D. Osmić, voorzitter, mr. F.M. van Maanen Winters en mr. J.S. Spijkerman, rechters, in tegenwoordigheid van mr. C.W.P. Huntjens, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 24 mei 2023.
Buiten staat
Mr. F.M. van Maanen Winters en mr. J.S. Spijkerman zijn niet in de gelegenheid deze uitspraak mede te ondertekenen.