Eisende partij, VGZ Zorgverzekeraar N.V., vordert betaling van een openstaande zorgverzekeringsvordering van €1.790,64, vermeerderd met wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten, van gedaagde partij die als bewindvoerder optreedt.
Gedaagde erkent de vordering, maar geeft aan niet over financiële middelen te beschikken voor een betalingsregeling. De kantonrechter beoordeelt dat gedaagde vermoedelijk consument is en dat de beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht ambtshalve zijn toegepast, zonder dat deze zijn geschonden.
De hoofdsom wordt niet betwist en de wettelijke rente en incassokosten worden toegewezen conform het toepasselijke Besluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten. Na verrekening van deelbetalingen wordt het gevorderde bedrag van €1.790,64 toegewezen, te vermeerderen met wettelijke rente vanaf 9 augustus 2023.
Gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten van €694,48 en in de nakosten bij niet-tijdige betaling. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.