Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:6907

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
24 november 2023
Zaaknummer
10721435 \ CV EXPL 23-4166
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand

Woningstichting Maasvallei Maastricht heeft een procedure gestart tegen de huurder wegens een aanzienlijke huurachterstand van €2.711,32 tot en met november 2023. De huurder betwist de vordering niet, maar is niet verschenen bij de mondelinge behandeling. De kantonrechter oordeelt dat de slechte betaaldiscipline en de huurachterstand de ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming rechtvaardigen.

De kantonrechter veroordeelt de huurder tot betaling van de huurachterstand, wettelijke rente vanaf 15 september 2023, en buitengerechtelijke incassokosten. Tevens moet de huurder het gehuurde binnen twee weken na betekening ontruimen en de sleutels overdragen. Daarnaast is de huurder verplicht de huur of een vergoeding gelijk aan de huurprijs te betalen voor elke maand vanaf 1 oktober 2023 tot ontruiming.

De kosten van de procedure, begroot op €1.081,48, worden aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is gewezen door de kantonrechter R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.

Uitkomst: Huurovereenkomst ontbonden en gedaagde veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand, rente, incassokosten en proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10721435 \ CV EXPL 23-4166
Vonnis van de kantonrechter van 22 november 2023
in de zaak van:
WONINGSTICHTING MAASVALLEI MAASTRICHT,
gevestigd te Maastricht,
eisende partij,
gemachtigde Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,
tegen:
[gedaagde],
wonend [adres] ,
[woonplaats] ,
gedaagde partij,
procederende in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- het antwoord van gedaagde partij
- een brief d.d. 10 november 2023 van de gemachtigde van eiseres met een actueel overzicht van de huurachterstand
- de mondelinge behandeling op 14 november 2023
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Uit het antwoord van gedaagde partij is de kantonrechter gebleken dat de vordering van eisende partij niet wordt betwist. Gedaagde is vervolgens zonder bericht van verhindering niet verschenen bij de mondelinge behandeling. De slechte betaaldiscipline van gedaagde als huurder en de inmiddels ontstane huurachterstand (€ 2.711,32 tot en met november 2023) rechtvaardigen de ontbinding van de huurovereenkomst en de ontruiming van het gehuurde. Ook de gevorderde reeds vervallen wettelijke rente en buitengerechtelijke incassokosten zullen worden toegewezen, nu daartegen geen verweer werd gevoerd.
2.2.
Gedaagde partij zal als de in het ongelijk gestelde partij worden veroordeeld in de kosten van deze procedure. De kosten aan de zijde van eisende partij worden begroot op:
  • dagvaarding € 130,48
  • griffierecht € 487,00
  • salaris gemachtigde €
totaal € ‭1.081,48‬‬‬

3.De beslissing

De kantonrechter
3.1.
ontbindt de bestaande huurovereenkomst met betrekking tot het gehuurde, staande en gelegen te [woonplaats] aan de [adres] ,
3.2.
veroordeelt gedaagde partij, om binnen twee weken na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van eisende partij te stellen,
3.3.
veroordeelt gedaagde partij voorts om aan eisende partij tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen de somma van € 3.001,21 aan huurachterstand tot en met september 2023, reeds vervallen rente en incassokosten, te vermeerderen met de wettelijke rente over een bedrag van € 2.062,98 vanaf 15 september 2023 tot de dag van volledige betaling,
3.4.
veroordeelt gedaagde partij om aan eisende partij te betalen aan huur dan wel een vergoeding gelijk aan de huurprijs van € 698,34 voor elke ingegane maand met ingang van 1 oktober 2023 tot en met de maand waarin gedaagde partij het gehuurde heeft ontruimd,
3.5.
veroordeelt gedaagde partij voorts in de kosten van de procedure aan de zijde van eisende partij gevallen en aan die zijde tot op heden begroot op een bedrag van € ‭1.081,48‬, ‬‬
3.6.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad,
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken.