Uitspraak
RECHTBANK limburg
[verzoekster 1] , te [vestigingsplaats] ,
het college van gedeputeerde staten van de provincie Limburg, verweerder.
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
.
Rechtbank Limburg
De rechtbank Limburg behandelde het beroep tegen ontheffingen verleend door het college van gedeputeerde staten Limburg voor het doden en vangen van konijnen en vossen vanwege graafschade die de openbare veiligheid kan bedreigen. De ontheffingen zijn verleend voor de gehele provincie en gelden tot eind 2026.
Eiseressen betoogden dat er geen reëel gevaar is aangetoond, dat de ontheffingen onvoldoende gemotiveerd zijn, en dat er andere bevredigende oplossingen bestaan die eerst moeten worden ingezet. Verweerder stelde dat er wel een reëel gevaar is, met name door graafschade aan kwetsbare infrastructuren, en dat de ontheffingen noodzakelijk zijn omdat de jacht op vossen is gesloten.
De voorzieningenrechter oordeelde dat de ontheffingen voor acute situaties aanvaardbaar zijn, maar dat voor minder acute gevallen verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom andere oplossingen niet eerst kunnen worden toegepast. De algemene motivering en het overlaten van de beoordeling aan de faunabeheereenheid zonder duidelijke richtlijnen is onvoldoende. Daarnaast is vastgesteld dat de ontheffingen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhouding van konijnen en vossen.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het bestreden besluit voor zover het de voorschriften betreft die gelden voor andere situaties dan acute graafschade aan dijklichamen en infrastructurele werken. De voorschriften worden gewijzigd en het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van griffierechten en proceskosten.
Uitkomst: Het beroep wordt gegrond verklaard en de ontheffingen worden beperkt tot acute situaties met gewijzigde voorschriften.