Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
[verzoekster] ,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De ouders van een driejarige minderjarige hebben bij de rechtbank Limburg verzocht om wijziging van de derde en vierde voornaam van hun kind. De oorspronkelijke voornamen waren afgeleid van de namen van de peettantes, maar sinds drie maanden na de geboorte is de band met deze peettantes verslechterd en is er nauwelijks contact meer.
De ouders ervaren hinder en ongemak doordat hun kind deze namen draagt en willen deze vervangen door de namen van de peetoom, met wie een goede band bestaat, en een goede vriendin van de ouders die een belangrijke rol speelt in het leven van het kind en de ouders. De rechtbank toetste het verzoek aan artikel 1:4 lid 4 BW Pro en oordeelde dat er een zwaarwichtig belang bestaat voor de wijziging.
Verder bleek uit de toetsing dat de nieuwe voornamen niet ongepast zijn en niet overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, zodat geen beletselen aanwezig zijn. De rechtbank gelastte daarom de wijziging van de derde en vierde voornaam en bepaalde dat de griffier binnen drie maanden een afschrift van de beschikking aan de burgerlijke stand van de gemeente Heerlen zal zenden, tenzij er hoger beroep wordt ingesteld.
Het vonnis werd uitgesproken door rechter M.E. Salemans-Wijnen op 6 oktober 2023. Tegen deze beschikking kan hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof 's-Hertogenbosch binnen drie maanden na uitspraak of betekening.
Uitkomst: De rechtbank wijzigt de derde en vierde voornaam van de minderjarige en gelast de griffier dit aan de burgerlijke stand te melden.