Eisers hebben een vordering ingesteld tegen gedaagde partij wegens niet betaalde bedragen voortvloeiend uit een bijzondere overeenkomst tot het verrichten van diensten. Gedaagde heeft na verkregen uitstel niet meer gereageerd, waardoor de vordering als niet betwist wordt beschouwd.
De kantonrechter veroordeelt gedaagde tot betaling van de hoofdsom van €4.517,01, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 14 maart 2023, en tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten van €697,81, eveneens met wettelijke rente vanaf 14 juli 2023. Daarnaast worden de proceskosten aan de zijde van eisers toegewezen en wordt een veroordeling uitgesproken voor eventuele na dit vonnis ontstane kosten.
Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling binnen twee weken na aanschrijving, onder verbeurte van bijkomende kosten. De uitspraak is gedaan door kantonrechter E.V.L. Heuts en in het openbaar uitgesproken.