Eiser, European Merchant Finance B.V., vordert betaling van een restantkrediet en bijkomende kosten van gedaagde partijen, waaronder een BV en een borgsteller. De partijen sloten op 6 april 2022 een voorschotovereenkomst waarbij gedaagde sub 2 borg stond voor de verplichtingen van gedaagde sub 1. Door betalingsachterstand beëindigde eiser de overeenkomst en eiste het volledige restantbedrag op.
De kantonrechter constateert dat de vordering niet of onvoldoende is betwist en wijst de hoofdsom en wettelijke handelsrente toe. De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden beperkt tot het wettelijk maximum van €775,96. Gedaagde partij is veroordeeld tot betaling van €6.418,18, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 24 juli 2023, en tot vergoeding van de proceskosten.
Een verzoek tot betalingsregeling wordt afgewezen; gedaagde wordt verwezen naar eiser voor overleg. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en het meer of anders gevorderde wordt afgewezen.