Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
’s-Hertogenbosch), mr. R.T.J. Dartel, met het verzoek om bijgevoegde berichten te beschouwen als een doorzending van de/het wrakingsverzoek(en) van [verzoekster] .
Rechtbank Limburg
Verzoekster diende een wrakingsverzoek in tegen de meervoudige strafkamer van de rechtbank Limburg, stellende dat de rechtbank haar verdediging belemmerde door weigering tot inzage in het dossier.
De rechtbank Limburg had de strafzaak van verzoekster aangehouden en verwezen naar een andere rechtbank vanwege betrokkenheid van een rechter-plaatsvervanger in het vooronderzoek, om schijn van partijdigheid te vermijden.
De wrakingskamer beoordeelde dat het verzoek tot wraking op 7 augustus 2023 werd ingediend, terwijl de zitting waarop verzoekster zich baseert op 8 april 2022 plaatsvond. Verzoekster gaf geen reden voor het tijdsverloop.
Gezien artikel 512 en Pro 513 Sv dient een wrakingsverzoek tijdig te worden ingediend zodra de feiten bekend zijn. De wrakingskamer oordeelde dat het verzoek te laat was en verklaarde het niet-ontvankelijk. Tevens zou het verzoek inhoudelijk zijn afgewezen wegens gebrek aan relevante gronden tegen de rechters van de rechtbank Limburg.
De beslissing werd uitgesproken op 15 augustus 2023 door de wrakingskamer van de rechtbank Limburg.
Uitkomst: Wrakingsverzoek niet-ontvankelijk verklaard wegens te late indiening en inhoudelijk afgewezen.