ECLI:NL:RBLIM:2023:7163

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 november 2023
Publicatiedatum
8 december 2023
Zaaknummer
C/03/323064 / HA RK 23/172
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Wraking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:15 AwbAwb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter wegens vermeende vooringenomenheid bij bundeling bestuursrechtelijke zaken

Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen een rechter van de rechtbank Limburg vanwege de beslissing om dertien bestuursrechtelijke zaken, waaronder drie verzoeken om voorlopige voorzieningen, gezamenlijk op één zitting te behandelen. Verzoeker stelde dat deze bundeling in strijd was met interne regelingen en procesrechtelijke bepalingen, en dat de rechter zich vooringenomen had getoond door belangrijke toetsingen niet te verrichten en tijdig beslissingen uit te stellen.

De rechter had echter nog geen inhoudelijke beoordeling gegeven en koos voor bundeling uit oogpunt van regievoering en redelijke termijn. De wrakingskamer overwoog dat een procesbeslissing op zichzelf geen grond is voor wraking en dat de rechter uit hoofde van haar functie moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij uitzonderlijke omstandigheden het tegendeel bewijzen.

De wrakingskamer concludeerde dat de door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden geen uitzonderlijke situatie vormen die de vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen. De motivering van de rechter was niet te interpreteren als blijk van vooringenomenheid. Het wrakingsverzoek werd daarom afgewezen.

De beslissing werd genomen door een meervoudige wrakingskamer van de rechtbank Limburg, waarbij twee rechters niet in de gelegenheid waren mede te ondertekenen.

Uitkomst: Het wrakingsverzoek tegen de rechter wordt afgewezen wegens het ontbreken van uitzonderlijke omstandigheden die de vrees voor vooringenomenheid rechtvaardigen.

Uitspraak

beslissing

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Wrakingskamer
Zaaknummer: C/03/323064 / HA RK 23/172
Beslissing van de meervoudige kamer belast met de behandeling van wrakingszaken
op het verzoek van
[verzoeker],
zonder vaste woon- of verblijfplaats,
verzoeker,
dat strekt tot wraking van mr. J.M.E. Derks, rechter in de rechtbank Limburg, hierna: de rechter.

1.De procedure

Per brief van 10 oktober 2023 heeft verzoeker een wrakingsverzoek ingediend, dat op 11 oktober 2023 op de griffie van de rechtbank is ontvangen. Het verzoek ziet op de beslissing van de rechter tot het plannen van dertien aanhangige zaken tegen diverse bestuursorganen op een zitting van 27 oktober 2023.
De rechter heeft per brief van 12 oktober 2023 laten weten niet te berusten in de wraking.
De meervoudige kamer heeft het verzoek vervolgens op 2 november 2023 ter terechtzitting behandeld. Verzoeker is verschenen. De rechter is niet verschenen, zoals vooraf aangekondigd.
De verzoeker heeft zijn wrakingsverzoek nader toegelicht.
De datum van de uitspraak is bepaald op 10 november 2023.

2.De gronden van het verzoek

Verzoeker heeft aangevoerd dat de rechter, met haar beslissing om dertien zaken, waaronder drie verzoeken om voorlopige voorzieningen, tegelijk te behandelen op één zitting van 27 oktober 2023, zich vooringenomen heeft getoond dan wel de schijn van partijdigheid heeft gewekt. De rechter heeft volgens verzoeker ook nagelaten voor verzoeker belangrijke toetsingen te doen, zoals een vermogenstoets in relatie tot het griffierecht en het connectiviteitsvereiste, en heeft nagelaten tijdig, buiten zitting om, beslissingen te nemen.
De bundeling van zaken is volgens verzoeker in strijd met het Bestuursreglement Rechtbank Limburg en de Zaaktoedelingsregeling Bestuursrecht van de rechtbank. De gang van zaken levert ook strijd op met (procesrechtelijke) bepalingen in de Awb en andere wetgeving.

3.Standpunt van de rechter

De rechter heeft te kennen gegeven, uit oogpunt van regievoering op een redelijke termijn, te hebben besloten om alle door verzoeker ingediende zaken gezamenlijk op een zitting te zetten, om samen met verzoeker te kijken wat er speelt en wat op korte termijn nodig is, gelet op wat de rechter urgent lijkt: dat verzoeker een dak boven het hoofd en een vorm van inkomen krijgt. Zij heeft in geen enkele zaak al een inhoudelijke beoordeling gegeven. De rechter ziet geen grond voor twijfel aan haar onpartijdigheid.

4.De beoordeling

Juridisch kader
Op grond van het bepaalde in artikel 8:15 Awb Pro kan op verzoek van een partij de rechter die een zaak behandelt worden gewraakt op grond van feiten of omstandigheden waardoor de rechterlijke onpartijdigheid schade zou kunnen lijden. Bij de beoordeling van een verzoek tot wraking geldt dat een rechter uit hoofde van zijn of haar aanstelling moet worden vermoed onpartijdig te zijn, tenzij zich uitzonderlijke omstandigheden voordoen die een zwaarwegende aanwijzing opleveren dat een rechter jegens een partij een vooringenomenheid koestert, of dat de bij verzoeker daarover bestaande vrees objectief gerechtvaardigd is.
Een processuele beslissing waarin een procesdeelnemer zich niet kan vinden, is op zichzelf geen grond om een wrakingsverzoek toe te wijzen en te oordelen dat deze beslissing de onpartijdigheid van de rechter raakt. Ook de motivering van die beslissing wordt gelet op het gesloten stelsel van rechtsmiddelen in beginsel niet op juistheid of begrijpelijkheid beoordeeld door de wrakingskamer, tenzij de motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid.
Het oordeel van de wrakingskamer
De verzoeker heeft uiteengezet welke fouten volgens hem worden gemaakt in de procedures die hij heeft aangespannen tegen diverse bestuursorganen en wat zijn visie is op de manier waarop zijn zaken moeten worden behandeld door de rechtbank. De fouten worden volgens verzoeker niet alleen door de rechter gemaakt, maar ook door de rechtbank als zodanig. Zo wordt volgens verzoeker de vereiste onverwijlde spoed niet in acht genomen bij de verzoeken om voorlopige voorzieningen en is verzoeker van mening dat zijn zaken gescheiden, op afzonderlijk zittingen, door verschillende rechters, moeten worden behandeld. Verzoeker heeft ook specifieke verzoeken gericht aan de wrakingskamer, waaronder het verzoek bepaalde partijen te laten deelnemen aan de gedingen.
De wrakingskamer stelt voorop dat de beoordeling van al deze (juridische) kwesties en verzoeken niet aan haar toekomt; zij zullen bij de (inhoudelijke) behandeling van de zaken van verzoeker op zitting aan de orde gesteld moeten worden.
De rechter is niet toegekomen aan het inhoudelijk beoordelen van of beslissen over de dertien zaken van verzoeker. Zij heeft enkel een datum voor een (eerste) mondelinge behandeling bepaald. Het betreft een procedurele beslissing waarbij het, zoals hiervoor gememoreerd, niet voor de hand ligt dat er sprake is van (schijn van) vooringenomenheid of partijdigheid aan de kant van de rechter. De wrakingskamer kan het verzoek alleen toewijzen als die beslissing of de motivering van die beslissing er blijk van geeft dat de rechter vooringenomen of partijdig is, dan wel dat de motivering in het licht van alle omstandigheden van het geval en naar objectieve maatstaven niet anders kan worden verstaan dan als blijk van vooringenomenheid. Die conclusie kan de wrakingskamer niet trekken uit de beslissing zelf, noch uit de door de rechter gegeven motivering.
De door verzoeker aangevoerde feiten en omstandigheden leveren dan ook geen uitzonderlijke omstandigheid op die vrees voor vooringenomenheid kan rechtvaardigen en de slotsom is dat het wrakingsverzoek moet worden afgewezen.

5.De beslissing

De wrakingskamer:
- wijst het verzoek tot wraking van de rechter af.
Deze beslissing is op 10 november 2023 gegeven door mr. H.M.J. Quaedvlieg, mr. M.M. Beije en mr. C.G.A. Wouters, bijgestaan door mr. A.P. Jansen, als griffier.
Buiten staat
Mr. C.G.A. Wouters en mr. M.M. Beije zijn niet in de gelegenheid deze beslissing mede te ondertekenen.