Op 7 september 2023 vond een zitting plaats bij de rechtbank Limburg in een ondertoezichtstellingszaak. Verzoeker diende op 21 september 2023 een wrakingsverzoek in tegen de rechter die de zaak behandelde, met als reden dat zijn gemachtigde aanvankelijk de zittingszaal moest verlaten, hem het recht op juridische ondersteuning werd ontnomen, de rechter zijn verhaal niet liet afmaken en een usb-stick met bewijsstukken niet accepteerde.
De rechter gaf aan in dubio te zijn over de aanwezigheid van de gemachtigde en schorste de zitting om dit te onderzoeken. Na schorsing werd de gemachtigde alsnog toegelaten en werd het wrakingsverzoek niet gehandhaafd. Verzoeker kreeg alle gelegenheid zijn standpunt te uiten, maar werd door de rechter gevraagd een dreigende discussie te stoppen. De usb-stick werd geweigerd omdat de inhoud onbekend was voor aanwezigen.
De wrakingskamer oordeelde dat de rechterlijke onpartijdigheid niet was geschaad. De aanvankelijke weigering van de gemachtigde toe te laten en het verzoek aan deze om de zaal te verlaten, waren geen aanwijzingen voor partijdigheid. Procesbeslissingen zoals het niet accepteren van bewijsstukken kunnen niet als grond voor wraking dienen. Het verzoek was bovendien spontaan en niet onderbouwd en werd niet gehandhaafd.
De wrakingskamer concludeerde dat de handelwijze van de rechter binnen haar regiefunctie viel en geen aanwijzingen gaf voor vooringenomenheid. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard.