Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:7186

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
22 november 2023
Publicatiedatum
11 december 2023
Zaaknummer
C/03/320837 / HA ZA 23-340
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring in geldleningsgeschil

In deze civiele procedure staat een geschil centraal over de nakoming van geldleningsovereenkomsten tussen eiseres en gedaagde, waarbij gedaagde en diens ex-echtgenote, de dochter van eiseres, hoofdelijk aansprakelijk zouden zijn. Eiseres vordert betaling van het geleende bedrag en incassokosten van gedaagde.

Gedaagde vordert in een incident dat hij de dochter in vrijwaring mag oproepen, stellende dat de lening als gemeenschapsschuld geldt en dat de dochter de terugbetaling voor haar rekening neemt. Eiseres voert verweer tegen deze vordering, stellende dat de afspraak niet is bewezen en vreest voor vertraging en onnodige kosten.

De rechtbank oordeelt dat indien de feiten van gedaagde juist zijn, het aannemelijk is dat de dochter hem moet vrijwaren voor een eventuele veroordeling. De vordering tot vrijwaring wordt daarom toegewezen. Eiseres wordt veroordeeld in de kosten van het incident. De hoofdzaak wordt op een later moment voortgezet.

Uitkomst: De rechtbank wijst de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring toe en veroordeelt eiseres in de kosten van het incident.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/320837 / HA ZA 23-340
Vonnis in incident bij vervroeging van 22 november 2023
in de zaak van
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident],
wonend te [woonplaats 1] ,
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in het incident,
advocaat mr. Th.J.H.M. Linssen,
tegen
[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. M.W.M. van Doorn.
Partijen zullen hierna [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] genoemd worden.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
  • de dagvaarding met producties 1 t/m 5
  • de conclusie van antwoord tevens houdende de incidentele vordering tot oproeping in vrijwaring
  • de incidentele conclusie van antwoord.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald in het incident.

2.Het geschilin de hoofdzaak2.1. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] was voorheen gehuwd met [naam dochter] , de dochter van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] (hierna ook: ‘de dochter’). [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] stelt dat er, staande dat huwelijk, tussen haar enerzijds en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de dochter anderzijds overeenkomsten van geldlening tot stand zijn gekomen, met [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] als uitlener en [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de dochter als lener. Volgens [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] zijn [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de dochter voor de nakoming van de verplichtingen uit de geldleningen hoofdelijk verbonden. [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] stelt dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] gehouden is tot nakoming van de geldleningsovereenkomsten, bestaande uit het terugbetaling van het geleende geld, maar dat hij daartoe ondanks sommatie niet toe over is gegaan. Zij vordert - samengevat - dat de rechtbank:

1. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] veroordeelt om aan haar een bedrag van € 78.647,00 te betalen op grond van nakoming van de geldleningsovereenkomsten;
2. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] veroordeelt om aan haar € 1.561,47 te betalen in verband met buitengerechtelijke incassokosten;
3. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] veroordeelt in de kosten van deze procedure, inclusief nakosten,
alles te vermeerderen met wettelijke rente.
in het incident
2.2.
[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] vordert dat hem wordt toegestaan de dochter in vrijwaring op te roepen. Hij stelt daartoe dat hij en de dochter in gemeenschap van goederen gehuwd waren, zodat het door hem erkende deel van de schuld uit geldlening als gemeenschapsschuld heeft te doen gelden. [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] stelt tevens dat hij en de dochter zijn overeengekomen dat de dochter de terugbetaling van de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] thans erkende lening voor haar rekening zou nemen.
2.3.
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] voert verweer en concludeert tot afwijzen van de incidentele vordering. Zij stelt dat de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] gestelde afspraak niet bewezen is. Verder vreest zij voor vertraging van het geding en onnodige kosten. Ook is zij van mening dat deze procedure niet het vehikel is voor geschillen tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de dochter.

3.3. De beoordeling in het incident

3.1.
Indien de door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] ter onderbouwing van zijn vordering tot vrijwaring gestelde feiten komen vast te staan, is aannemelijk dat de dochter hem (geheel of gedeeltelijk) moet vrijwaren voor een eventuele veroordeling in de hoofdzaak. Dat is voor toewijzing van de vordering in het incident voldoende. De opvatting van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] over de juistheid van de stellingen van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] over zijn aanspraak op de dochter is slechts relevant indien daarmee duidelijk wordt dat de feitelijke grondslag van de beoogde vordering in vrijwaring evident onjuist is. Dat is hier niet het geval. Evenmin kan worden geoordeeld dat de vrijwaring leidt tot onredelijke vertraging van het geding. De rechtbank wijst er in dat kader op dat [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] stelt dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en de dochter hoofdelijk aansprakelijk zijn, maar ervoor kiest alleen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] aan te spreken. Dat staat haar natuurlijk vrij, maar dan zal zij wel hebben te accepteren dat [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] de voor de hand liggende stap van het indienen van de incidentele vordering tot vrijwaring neemt. Daarom is er - anders van [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] stelt - wel plaats voor een discussie tussen [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] en dochter naar aanleiding van de procedure in de hoofdzaak. Die discussie kan verder plaatsvinden in de vrijwaringszaak.
3.2.
De rechtbank is derhalve van oordeel dat de incidentele vordering moet worden toegewezen.
3.3.
[eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] zal als de in het ongelijk gestelde partij in de proceskosten van het incident worden veroordeeld.

4.De beslissing

De rechtbank
in het incident
4.1.
staat toe dat [naam dochter] door [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] wordt gedagvaard tegen de terechtzitting van
20 december 2023,
4.2.
veroordeelt [eiseres in de hoofdzaak, verweerster in het incident] in de kosten van het incident, aan de zijde van [gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident] tot op heden begroot op € 598,00,
in de hoofdzaak
4.3.
bepaalt dat de zaak weer op de rol zal komen van
20 december 2023voor opgave verhinderdata zijdens beide partijen voor een te bepalen mondelinge behandeling in de periode april 2024 tot en met september 2024.
Dit vonnis is gewezen door mr. B.R.M. de Bruijn en in het openbaar uitgesproken. [1]

Voetnoten

1.type: AH