Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
2.De feiten
3.Het geschil
4.De beoordeling
697,00 (1 punt(en) x € 697,00)
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
Eiseres vordert in kort geding de schorsing van de tenuitvoerlegging van een executoriaal beslag op haar woning, gebaseerd op een in kracht van gewijsde gegaan vonnis dat een huurovereenkomst ontbindt en betaling van een geldsom oplegt.
Zij stelt dat zij ten onrechte als medehuurder is opgenomen en dat de handtekening onder haar naam niet van haar is, waardoor sprake zou zijn van een kennelijke juridische en feitelijke misslag. Tevens vreest zij een noodtoestand door de executie.
De voorzieningenrechter overweegt dat schorsing van een in kracht van gewijsde gegaan vonnis slechts in uitzonderlijke gevallen mogelijk is, zoals bij misbruik van executiebevoegdheid. Er is geen sprake van een kennelijke misslag omdat de bodemprocedure op tegenspraak is gevoerd, de huurovereenkomst niet betwist werd en de handtekening niet als vervalst is erkend.
Ook is onvoldoende aannemelijk dat de executie een noodtoestand veroorzaakt, mede omdat eiseres haar financiële situatie onvoldoende heeft onderbouwd. De vordering tot schorsing wordt daarom afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot schorsing van de tenuitvoerlegging af en veroordeelt eiseres in de proceskosten.