ECLI:NL:RBLIM:2023:7309
Rechtbank Limburg
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen ongeldigverklaring rijbewijs wegens drugsmisbruik
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van het CBR om zijn rijbewijs ongeldig te verklaren vanwege drugsmisbruik. Het CBR baseerde het besluit op een onderzoek waaruit bleek dat verzoeker drugsmisbruik niet had gestaakt. Verzoeker maakte bezwaar en vroeg de voorzieningenrechter om een voorlopige maatregel.
De voorzieningenrechter oordeelt dat het verzoek om een voorlopige voorziening alleen kan worden toegewezen als er een spoedeisend belang is. Verzoeker stelde dat hij het rijbewijs nodig had voor de opvoeding van zijn minderjarige dochter, familiaire verplichtingen en werk, maar kon dit onvoldoende onderbouwen. Het CBR stelde dat het rijbewijs al ongeldig was verklaard sinds juni 2023 en verzoeker daartegen niets had ondernomen.
De voorzieningenrechter concludeert dat het ontbreken van een spoedeisend belang betekent dat het verzoek moet worden afgewezen. Ook is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit. De uitspraak bindt niet in een bodemprocedure en een hoger beroep is niet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de ongeldigverklaring van het rijbewijs wordt afgewezen wegens het ontbreken van een spoedeisend belang.