ECLI:NL:RBLIM:2023:7316
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering buitenlandse zorginstelling wegens onvoldoende onderbouwing medische factuur
KU Leuven, een rechtspersoon naar buitenlands recht gevestigd in België, vordert betaling van een openstaande factuur voor medische prestaties die zij aan [gedaagde] zou hebben geleverd. De vordering omvat het factuurbedrag, een schadebeding en wettelijke rente. [gedaagde] betwist de behandeling door KU Leuven en stelt dat hij alleen toestemming heeft gegeven voor behandeling in het ziekenhuis van Genk, waarmee zijn zorgverzekeraar een contract heeft.
De kantonrechter stelt vast dat de Nederlandse rechter bevoegd is op grond van Brussel I bis-Verordening, en dat Belgisch recht van toepassing is volgens Rome I-verordening omdat de dienstverlening in België plaatsvond. KU Leuven heeft niet gereageerd op het inhoudelijke verweer van [gedaagde], waardoor de grondslag van de vordering niet is komen vast te staan.
Daarom wijst de rechtbank de vordering af wegens onvoldoende onderbouwing. KU Leuven wordt veroordeeld in de kosten van de procedure aan de zijde van [gedaagde], begroot op € 50,00. Het vonnis is gewezen door kantonrechter P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken.
Uitkomst: De vordering van KU Leuven wordt afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing en KU Leuven wordt veroordeeld in de proceskosten.