Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
2.Het geschil
3.De beoordeling
- dagvaarding € 130,48
- griffierecht € 514,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
Eisende partij, een stichting die medische behandelingen verrichtte, vordert betaling van €9.465 voor uitgevoerde behandelingen, vermeerderd met wettelijke rente vanaf 2 januari 2023, en €848,25 aan buitengerechtelijke incassokosten. Gedaagde, vermoedelijk consument, heeft na uitstelverzoek niet gereageerd op de dagvaarding.
De kantonrechter oordeelt dat geen beschermende bepalingen van het Europees consumentenrecht zijn geschonden. De hoofdsom wordt toegewezen omdat eisende partij haar vordering voldoende heeft onderbouwd en gedaagde deze niet heeft weersproken. De wettelijke rente wordt eveneens toegewezen vanaf 2 januari 2023, 14 dagen na ingebrekestelling.
De gevorderde buitengerechtelijke incassokosten worden afgewezen omdat de verplichte aanmaning niet apart is gedaan conform artikel 6:96 lid 6 BW Pro. Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van de hoofdsom, rente en proceskosten van €974,48. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en bij niet-nakoming binnen twee weken volgt een veroordeling in bijkomende kosten.
Uitkomst: Gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van €9.465 plus wettelijke rente vanaf 2 januari 2023 en proceskosten van €974,48.