Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De voorvragen
4.De beoordeling van het bewijs
Stuur de locatie naar mij, ik kom naar het magazijn. Jij zei “ik heb een motor van eerste klasse”, ik wil die, zet die voor mij klaar samen met die plaat van 9 meter voor de binnenkant plus 40 vesten.) blijkt dat hij zelf om de in de auto aangetroffen spullen heeft verzocht. Hij heeft deze spullen vervolgens in Duitsland opgehaald en naar Nederland vervoerd. Voorts heeft de verdachte zelf locaties, gelegen aan de Atlantische kust in Noord-Frankrijk, verstuurd, welke locaties ook op Google Maps in de telefoon zijn aangetroffen. Hieruit kan moeilijk een andere conclusie worden getrokken dan dat de eindbestemming van de verdachte en de door hem vervoerde spullen Frankrijk was.
5.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
6.De strafbaarheid van de verdachte
7.De straf en/of de maatregel
8.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 4.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 5 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor het onder 1, 2 en 3 primair ten laste gelegde tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
ontzegtde verdachte voor het onder 3 primair ten laste gelegde de
bevoegdheid tot het besturen van motorrijtuigenvoor een periode van
1 jaar;
Benadeelde partij en schadevergoedingsmaatregel
- wijst toede vordering van de benadeelde partij
[naam 12](feit 3 primair) en veroordeelt verdachte om tegen bewijs van betaling ten behoeve van de benadeelde partij te betalen een bedrag van
€ 696,00, bestaande uit immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente over dat bedrag te rekenen vanaf 28 juni 2022 tot de dag der algehele voldoening; - veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij gemaakt, de kosten ten behoeve van de tenuitvoerlegging daaronder begrepen, tot heden begroot op nihil;
- legt aan de verdachte de verplichting op tot betaling
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt,
- bepaalt dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de staat in zoverre komt te vervallen.