ECLI:NL:RBLIM:2023:7427

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
20 december 2023
Publicatiedatum
20 december 2023
Zaaknummer
ROE 23/3603
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen sluiting woning wegens ontbreken spoedeisend belang

Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen een last onder bestuursdwang die de burgemeester heeft opgelegd om zijn woning te sluiten voor drie maanden vanwege het aantreffen van een hennepplantage en diefstal van nutsvoorzieningen.

De burgemeester had op 27 oktober 2023 een voornemen tot sluiting gegeven, dat op 15 november 2023 definitief werd opgelegd. Verzoeker heeft bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om schorsing van het besluit.

De voorzieningenrechter oordeelt dat het spoedeisend belang ontbreekt omdat verzoeker niet meer in de woning woont, de nutsvoorzieningen zijn afgesloten en hij op korte termijn een nieuwe woning zal betrekken. Ook is er geen sprake van een evident onrechtmatig besluit.

Daarom wordt het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen, wat betekent dat het besluit tot sluiting van de woning niet wordt geschorst en verzoeker geen gelijk krijgt.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de sluiting van de woning wordt afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Zittingsplaats Roermond
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 23/3603

uitspraak van de voorzieningenrechter van 20 december 2023 in de zaak tussen

[verzoeker] , wonende te [woonplaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. R.D. Maessen),
en

de burgemeester van de gemeente Eijsden-Margraten (de burgemeester),

(gemachtigde: mr. J.L. Stoop).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoeker tegen de last onder bestuursdwang in de vorm van sluiting van de woning aan de [adres 1] te [plaats] , gemeente Eijsden-Margraten, voor de duur van drie maanden, met ingang van 1 december 2023 tot en met 1 maart 2024.
1.1.
Op 19 oktober 2023 heeft op dit adres een controle plaatsgevonden naar aanleiding van een anonieme melding. De bevindingen van deze controle zijn neergelegd in een op ambtseed opgemaakte bestuurlijke rapportage (de rapportage) van 21 oktober 2023. Uit deze rapportage blijkt dat er in de woning op de eerste verdieping verdeeld over twee ruimtes twee hennepplantages zijn aangetroffen met in totaal 402 hennepplanten. Verder was er sprake van diefstal van elektriciteit. Er was een illegale aftakking gemaakt in de meterkast. Ook was er sprake van diefstal van water. De verzegeling van de watermeter was verwijderd en de meter was gemanipuleerd.
1.2.
Naar aanleiding van de bevindingen in de sluitingsrapportage heeft de burgemeester op 27 oktober 2023 aan verzoeker een voornemen uitgebracht inhoudende een last onder bestuursdwang in de vorm van een sluiting van de woning voor de duur van drie maanden. Verzoeker heeft tegen dit voornemen geen zienswijze ingediend.
1.3.
Op 15 november 2023 heeft de burgemeester het voornemen omgezet in een definitieve last onder bestuursdwang (het primaire besluit).
1.4.
Verzoeker heeft tegen het primaire besluit bezwaar gemaakt. Verder heeft hij de voorzieningenrechter verzocht een voorlopige voorziening te treffen.
1.5.
Verweerder heeft een verweerschrift ingezonden.
1.6.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 8 december 2023 op zitting behandeld. Hieraan hebben als partij deelgenomen: de gemachtigde van verzoeker, de gemachtigde van de burgemeester en J. Goessens, werkzaam bij de gemeente.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Hierna legt de voorzieningenrechter uit hoe zij tot dit oordeel komt en welke gevolgen dit oordeel heeft.
Is er spoedeisend belang?
3. In artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht is bepaald dat indien tegen een besluit, voorafgaand aan een mogelijk beroep bij de rechtbank, bezwaar is gemaakt, de voorzieningenrechter van de bestuursrechter die bevoegd kan worden in de hoofdzaak op verzoek een voorlopige voorziening kan treffen indien onverwijlde spoed, gelet op de betrokken belangen, dat vereist.
4. Naar het oordeel van de voorzieningenrechter ontbreekt het spoedeisend belang in deze zaak. Zij licht dit als volgt toe. Ter zitting heeft de gemachtigde van verweerder aangegeven dat verzoeker momenteel niet woonachtig is in de woning. De woning staat helemaal leeg en de nutsvoorzieningen zijn afgesloten. Verzoeker woont momenteel samen met zijn minderjarige zoon bij een vriendin in Sittard en hij zal op 22 december 2023 een nieuwe huurovereenkomst tekenen voor een woning in Sittard. Onder de gegeven omstandigheden is de voorzieningenrechter van oordeel dat verzoeker de vereiste spoed niet aannemelijk heeft gemaakt. Bij dit oordeel acht de voorzieningenrechter met name van belang dat verzoeker momenteel niet meer in de woning woonachtig is, terwijl hij dit wel mag, aangezien de burgemeester de sluitingsmaatregel heeft geschorst totdat de voorzieningenrechter uitspraak heeft gedaan in de voorlopige voorziening. Verder acht de voorzieningenrechter van belang dat verzoeker op korte termijn een huurcontract zal ondertekenen voor een nieuwe woning waardoor hij niet meer zal terugkeren naar zijn huidige woning.
5. De gemachtigde van eiser heeft toegelicht dat verzoeker nu niet in de woning woont omdat het water en licht is afgesloten. Verzoeker heeft een betalingsregeling getroffen. Mogelijk wordt binnenkort dus de stroom en water weer aangesloten, en kan eiser weer terug in zijn oude woning. Nu verzoeker niet heeft onderbouwd of en wanneer hij weer terug in de woning kan en hij er momenteel niet verblijft, is de voorzieningenrechter van oordeel dat ook dit geen spoedeisend belang oplevert.
6. De voorzieningenrechter is verder van oordeel dat in deze zaak geen sprake is van een evident onrechtmatig besluit. De voorzieningenrechter ziet daarom geen reden om een voorlopige voorziening toe te wijzen.

Conclusie en gevolgen

5. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af wegens gebrek aan spoedeisend belang. De afwijzing van het verzoek betekent dat het besluit niet wordt geschorst totdat op het bezwaarschrift is beslist. Verzoeker krijgt dus geen gelijk.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M.E.J. Sprakel, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. D.S.A.W. Raes, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op
20 december 2023.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 20 december 2023.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.