Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
Inleiding
Wat ging aan deze procedure vooraf
Wat vindt het UWV
31 oktober 2020 recht had op een WIA-uitkering ter hoogte van € 3.777,34. Ze heeft een voorschot ontvangen van € 3.428,02, waardoor eiseres nog recht heeft op € 349,32 (bruto).
Wat vindt eiseres
Wat vindt de rechtbank
(voor zover relevant voor dit geschil)in de maanden maart en april 2021. Ter zitting heeft eiseres benadrukt dat er geen sprake kan zijn van wisselende bedragen door inkomsten uit arbeid, omdat ze niet heeft gewerkt. In het geval van loondoorbetaling bij ziekte zou er sprake moeten zijn van een vast bedrag per maand. De rechtbank overweegt hiertoe dat het UWV uit mag gaan van de gegevens uit de polisadministratie, tenzij eiseres aantoont dat deze gegevens onjuist zijn. [2] Dat heeft zij niet gedaan. Eiseres heeft haar standpunt niet onderbouwd met enige gegevens waaruit blijkt dat de gegevens uit de polisadministratie onjuist zijn. Ter zitting heeft eiseres aangegeven dat de werkgever in de ontslagprocedure heeft aangegeven dat eiseres sinds eind 2019 niet meer werkzaam is geweest. Met dit gegeven heeft eiseres naar het oordeel van de rechtbank niet aangetoond dat de gegevens van de polisadministratie niet juist zijn. Uit de brief van de werkgever van 8 juni 2022 (in dossier ROE 22/2706) volgt dat het dienstverband pas per 12 september 2022 is beëindigd. De rechtbank ziet in wat eiseres heeft aangevoerd ook geen aanleiding om aan te nemen dat de hoogte van de betaalde wettelijke rente (€ 121,87) onjuist is.
Conclusie en gevolgen
Beslissing
- verklaart de beroepen ongegrond;
- wijst de verzoeken om schadevergoeding in de vorm van wettelijke rente af;
- veroordeelt de Staat der Nederlanden in de zaak ROE 21/2074 tot betaling aan eiseres van een vergoeding van immateriële schade voor een bedrag van € 1.000,-;
- bepaalt dat de Staat der Nederlanden in de zaak ROE 21/2074 de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 418,50 moet vergoeden;
- bepaalt dat het UWV in de zaak ROE 22/999 de proceskosten van eiseres vergoedt tot een bedrag van € 1.674,-;
- bepaalt dat het UWV in de zaak ROE 22/999 het betaalde griffierecht van € 50,- aan eiseres moet vergoeden.