ECLI:NL:RBLIM:2023:7502
Rechtbank Limburg
- Eerste aanleg - meervoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep ongegrond tegen verhoging aflossingscapaciteit volgens Wet Vereenvoudiging Beslagvrije voet
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van de Sociale Verzekeringsbank (SVB) waarin haar aflossingscapaciteit werd vastgesteld op €247,88 per maand, een verhoging als gevolg van de Wet Vereenvoudiging Beslagvrije voet (Wvbvv). De SVB voerde een coulanceregeling in waarbij de verhoging stapsgewijs in drie jaar wordt ingevoerd om eiseres te laten wennen aan de nieuwe situatie.
Eiseres stelde dat de verhoging geen maatwerk bood en dat zij onvoldoende inkomen overhield om haar vaste lasten te betalen, mede door gestegen energieprijzen. De SVB stelde dat de wettelijke regeling geen ruimte biedt voor een lagere aflossingscapaciteit en dat de coulanceregeling passend is. De rechtbank overwoog dat de beslagvrije voet volgens de wet is vastgesteld en dat de systematiek uitgaat van genormeerde bedragen, waarbij daadwerkelijke uitgaven slechts beperkt relevant zijn.
De rechtbank concludeerde dat er geen sprake is van een kennelijk onredelijk resultaat en dat eiseres voldoende middelen heeft om haar vaste lasten te voldoen. Ook de toepassing van de coulanceregeling achtte de rechtbank passend. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en eiseres kreeg geen vergoeding van griffierecht of proceskosten.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de verhoging van haar aflossingscapaciteit wordt ongegrond verklaard.