ECLI:NL:RBLIM:2023:7594
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Verzoek tot wraking rechter afgewezen wegens ontbreken van vooringenomenheid
Verzoeker diende een wrakingsverzoek in tegen de rechter die betrokken was bij een zaak over wijziging van de omgangsregeling tussen verzoeker en zijn minderjarige kinderen. De procedure betrof lopende ondertoezichtstelling en werd behandeld door de rechtbank Limburg.
De wrakingskamer beoordeelde het verzoek op grond van artikel 36 Rv Pro, waarbij de objectieve toets voor onpartijdigheid centraal staat. Het enkele feit dat de rechter een eerdere voor verzoeker onwelgevallige beslissing had genomen, werd niet als grond voor wraking erkend. Ook de toelichting van de rechter over zijn beslissing om het verzoek zelf te behandelen, leverde geen aanwijzing voor vooringenomenheid op.
De wrakingskamer concludeerde dat er geen feiten of omstandigheden waren die een zwaarwegende aanwijzing voor vooringenomenheid opleverden. Het verzoek tot wraking werd daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek tot wraking van de rechter wordt afgewezen wegens ontbreken van zwaarwegende aanwijzingen voor vooringenomenheid.