Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2023:7595

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
6 december 2023
Publicatiedatum
16 januari 2024
Zaaknummer
C/03/324092 JERK 23-1962
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:255 lid 1 BWArt. 1:261 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Opheffing ondertoezichtstelling wegens positieve gezinsontwikkeling

De kinderrechter van Rechtbank Limburg heeft op 6 december 2023 besloten de ondertoezichtstelling van een minderjarig kind op te heffen. Aanvankelijk was er sprake van ernstige zorgen over de ontwikkeling van het kind door frequente ruzies en huiselijk geweld in de thuissituatie. De ouders stonden aanvankelijk wantrouwend tegenover hulpverlening, maar hebben deze uiteindelijk geaccepteerd en actief meegewerkt.

De ouders zijn uit elkaar gegaan om meer rust te creëren, waarbij de vader een eigen woning betrok en ondersteuning kreeg bij werk en gezondheid. De moeder ontving hulp om het huishouden beter te organiseren en zocht zelf psychische ondersteuning. Het kind kreeg begeleiding via de Mutsaersstichting en volgde een positieve afsluitende therapie. De woede-uitbarstingen van het kind zijn sterk verminderd en het kind toont meer zelfreflectie en sociale betrokkenheid op school.

De gecertificeerde instelling en de Raad voor de Kinderbescherming bevestigen dat de situatie is verbeterd en dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is. De kinderrechter concludeert dat de ouders nu in staat zijn de zorg en opvoeding adequaat te dragen en dat de ernstige ontwikkelingsbedreiging is opgeheven. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en kan binnen drie maanden worden aangevochten.

Uitkomst: De ondertoezichtstelling van het kind wordt opgeheven vanwege verbeterde gezinsomstandigheden en afgenomen ontwikkelingsbedreiging.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Roermond
Zaaknummer: C/03/324092 / JE RK 23-1962
Datum uitspraak: 6 december 2023
Beschikking van de kinderrechter over een opheffing van de ondertoezichtstelling
in de zaak van:
De gecertificeerde instelling
STICHTING BUREAU JEUGDZORG LIMBURG, NOORD LIMBURG, gevestigd te Venlo ,
hierna te noemen de GI,
over:
[het kind], geboren op [geboortedatum] 2013 in [plaatsnaam] ,
hierna te noemen [het kind] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[moeder],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [plaatsnaam] ,
[vader],
hierna te noemen de vader,
wonende in [plaatsnaam] ,
en hierna samen te noemen de ouders.
De kinderrechter merkt aan als informant:
DE RAAD VOOR DE KINDERBESCHERMING, regio Limburg,
hierna te noemen de Raad.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het procesverloop blijkt uit de volgende stukken:
- het verzoekschrift met bijlagen, binnengekomen bij de rechtbank op 8 november 2023.
1.2.
De mondelinge behandeling met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 6 december 2023. Daarbij waren aanwezig:
- de moeder;
  • [vertegenwoordiger 1] en [vertegenwoordiger 2] , vertegenwoordigsters van de GI,
  • [vertegenwoordiger 3] , vertegenwoordigster van de Raad.
2. De feiten
2.1.
De vader en de moeder zijn belast met het ouderlijk gezag over [het kind] .
2.2.
[het kind] woont bij zijn moeder.
2.3.
Bij beschikking van 17 april 2023 heeft de kinderrechter de ondertoezichtstelling van [het kind] verlengd tot 7 mei 2024.

3.Het verzoek

3.1.
De GI verzoekt de ondertoezichtstelling van [het kind] op te heffen, met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
3.2.
Bij de start van de ondertoezichtstelling waren er veel zorgen rondom de ontwikkeling van [het kind] . In de thuissituatie vonden er regelmatig ruzies plaats die konden uitmonden in huiselijk geweld. [het kind] is hier regelmatig getuige van geweest. Ondanks dat de ouders in het begin weinig vertrouwen hadden in de hulpverlening, hebben zij de gezinsvoogd toch toegelaten en hebben er in alle openheid gesprekken plaatsgevonden. De ouders besloten, na wederom een escalatie, apart te gaan wonen. De vader ging bij zijn broer wonen en de moeder en [het kind] zijn in de ouderlijke woning blijven wonen. Op deze manier ontstond er meer rust. Deze emotionele keuze van de ouders bleek de beste keuze. Inmiddels heeft de vader een eigen woning, hij heeft een jobcoach om weer aan werk te komen en ook zijn suikerziekte heeft hij meer onder controle. De vader heeft hard gewerkt om zijn leven weer op de rit te krijgen en hij heeft hulpverlening toegelaten. Dit is bijzonder krachtig geweest van de vader. Ook de moeder is hard aan het werk gegaan. Zo heeft zij een ruime periode hulp gekregen van Proteion om meer overzicht te krijgen in het huishouden en de dagdagelijkse zaken. De moeder is naar de huisarts gegaan voor een verwijzing naar Vincent van Gogh voor een spv-er. Dit op haar eigen initiatief omdat ze graag ook iemand wil hebben waar ze mee kan praten om zaken uit het verleden te verwerken. De moeder heeft nu overzicht en rust.
De ouders stonden open voor hulpverlening die zag op de woede-uitbarstingen van [het kind] , waarop besloten is om de Mutsaersstichting in te schakelen. Er is gestart met het JIM project. De oom van [het kind] (broer vaderszijde) is de JIM geworden. De Mutsaersstichting heeft een jaar lang begeleiding hierin geboden. Dit is zeer goed verlopen. De oom is nog steeds betrokken bij [het kind] en ze doen nog bijna wekelijks leuke activiteiten met elkaar.
Omdat [het kind] moeite bleef hebben met het reguleren van zijn emoties, is in overleg met de ouders en de GI besloten om PMT voor [het kind] in te zetten. [het kind] heeft deze therapie gevolgd. De therapie is in juli 2023 positief afgesloten. De ouders gaven aan dat [het kind] meer rust heeft gekregen en de woede-uitbarstingen sterk verminderd zijn. De ouders weten nu hoe ze met de boosheid van [het kind] moeten omgaan, wanneer hij dit weer laat zien. [het kind] komt nu zelf ook naar de ouders toe om zijn excuses aan te bieden en een knuffel te krijgen. Hij laat langzaam meer zelfreflectie zien. Op school doet [het kind] het goed. Hij gaat graag naar school, doet zijn best en men ziet een sociale jongen die graag de helpende hand biedt aan zijn klasgenoten. De GI ziet dat er meer rust is gekomen in het gezin. [het kind] kan bouwen op beide ouders die nu ook meer emotioneel beschikbaar voor hem zijn.
De GI is op de achtergrond nog aanwezig voor eventuele vragen of problemen, maar de ouders hebben het goed op de rit en hulp is niet meer nodig. De GI ziet momenteel geen ontwikkelingsbedreiging meer bij [het kind] . De GI gunt het de ouders en [het kind] dat de ondertoezichtstelling dan ook voortijdig wordt beëindigd.
4. Het standpunt van de moeder
4.1.
De moeder is blij dat het zo goed gaat. Het belangrijkste voor de moeder is dat het goed gaat met haar kinderen. Het is niet altijd makkelijk geweest, ook niet voor [het kind] maar het accepteren van hulpverlening heeft geloond.

5.Het standpunt van de Raad

5.1.
De raad geeft aan dat de ouders van ver komen. Ze hebben op korte termijn een positieve ontwikkeling doorgemaakt, dat is bewonderingswaardig. De ouders hebben geprofiteerd van de hulpverlening, dat heeft [het kind] en de ouders veel opgeleverd. De ondertoezichtstelling kan opgeheven worden.

6.De beoordeling

6.1.
Op grond van het bepaalde in artikel 1:255 lid 1 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) kan een minderjarige onder toezicht worden gesteld indien hij/zij zodanig opgroeit dat hij in zijn ontwikkeling ernstig wordt bedreigd en de zorg die in verband met het wegnemen van de bedreiging noodzakelijk is voor de minderjarige of voor zijn gezaghebbende ouder(s), door hen niet of onvoldoende wordt geaccepteerd. Ook dient de verwachting gerechtvaardigd te zijn dat de gezaghebbende ouder(s) binnen een gelet op de persoon en de ontwikkeling van de minderjarige aanvaardbaar te achten termijn, de verantwoordelijkheid voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige in staat zijn te dragen.
6.2.
Op grond van artikel 1:261 BW Pro kan de kinderrechter de ondertoezichtstelling opheffen, indien de grond voor de ondertoezichtstelling niet langer is vervuld.
6.3.
De kinderrechter stelt vast dat het goed gaat met [het kind] . De ouders hebben zich opengesteld voor hulpverlening ondanks dat er aan het begin sprake was van wantrouwen. De ouders hebben een manier gevonden waarop zij op een constructieve manier samen de opvoeding van [het kind] kunnen dragen. De ouders zijn meer emotioneel beschikbaar voor [het kind] en hebben goed meegewerkt met de hulpverlening waardoor zij profijt hebben gehad van de hulp. [het kind] (en het hele gezin) heeft meer rust gekregen en de woede-uitbarstingen zijn steeds minder worden. De ouders weten nu hiermee om te gaan en kunnen [het kind] ondersteunen. Er is daarom geen sprake meer van een ernstige ontwikkelingsbedreiging van [het kind] . De kinderrechter geeft de ouders welverdiende complimenten, dat zij zo snel het tij hebben weten te keren.
6.4.
De kinderrechter zal de ondertoezichtstelling van [het kind] opheffen.

7.De beslissing

De kinderrechter:
7.1.
heft op de ondertoezichtstelling van [het kind] met ingang van 6 december 2023;
7.2.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is mondeling gegeven en in het openbaar uitgesproken op 6 december 2023 door mr. L.N. Geerman, kinderrechter, in aanwezigheid van N.L.M. Lommen als griffier, en op schrift gesteld op 18 december 2023.
Hoger beroep tegen deze beschikking kan worden ingesteld:
- door de verzoekers en de belanghebbende(n) aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
- door andere belanghebbenden binnen drie maanden na de betekening daarvan of nadat de beschikking aan hen op een andere wijze bekend is geworden.
Het hoger beroep moet, door tussenkomst van een advocaat, worden ingediend bij de griffie van het gerechtshof te ‘s-Hertogenbosch.