ECLI:NL:RBLIM:2023:7676

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
29 december 2023
Publicatiedatum
6 februari 2025
Zaaknummer
C/03/325198 / BZ RK 23/2359
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3:3 WvggzArt. 3:4 WvggzArt. 5:17 WvggzArt. 6:4 WvggzArt. 2:1 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlening opvolgende zorgmachtiging voor verplichte geestelijke gezondheidszorg

De rechtbank Limburg behandelde het verzoek tot verlenging van een zorgmachtiging op grond van de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz) voor betrokkene, die lijdt aan schizofrenie en reeds een jaar opgenomen is. Betrokkene weigert vrijwillige zorg en medicatie, wat leidt tot ernstig nadeel en risico's zoals levensgevaar en maatschappelijke teloorgang.

De rechtbank nam kennis van het zorgplan, medische verklaringen en de verklaring van de anios, die meldde dat het toestandsbeeld van betrokkene is verbeterd dankzij medicatie, maar dat zonder verplichte zorg terugval waarschijnlijk is. De broer en mentor van betrokkene steunen het verzoek en benadrukken het risico van zorgonttrekking.

De rechtbank concludeerde dat aan de wettelijke criteria voor verplichte zorg is voldaan, dat minder bezwarende alternatieven ontbreken en dat de voorgestelde zorg evenredig en effectief is. Daarom verleende zij een opvolgende zorgmachtiging voor zes maanden, met een vervolgzitting gepland om de voortgang te beoordelen en de medewerking van betrokkene te bespreken.

Uitkomst: De rechtbank verleent een opvolgende zorgmachtiging voor verplichte zorg voor zes maanden tot 29 juni 2024.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Roermond
Familie en jeugd
Zaaknummer: C/03/325198 / BZ RK 23/2359
Machtiging tot het verlenen van verplichte zorg
Beschikking van
29 december 2023van de rechtbank Limburg naar aanleiding van het door de officier van justitie ingediende verzoek tot het verlenen van een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging als bedoeld in artikel 6:4 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz),
ten aanzien van
[betrokkene] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
wonend te [woonplaats] ,
thans verblijvende in de [zorginstelling] ,
hierna te noemen betrokkene,
advocaat: mr. A.J.T.M. Oudenhoven.

1.Procesverloop

1.1.
Het verzoekschrift is ontvangen ter griffie van deze rechtbank op 11 december 2023. Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • het zorgplan van 4 december 2023;
  • de zorgkaart van 4 december 2023;
  • de medische verklaring van 6 december 2023;
  • de bevindingen van de geneesheer-directeur van 8 december 2023;
  • de gegevens over eerder afgegeven machtigingen ingevolge de Wet Bopz en de Wvggz.
1.2.
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 29 december 2023. De rechtbank heeft de volgende personen gehoord:
  • betrokkene;
  • de advocaat van betrokkene mr. A.J.T.M. Oudenhoven;
  • de aios [naam X] .
1.3.
De broer, tevens mentor van betrokkene, heeft de rechtbank per mail van 28 december 2023 meegedeeld dat hij het eens is met de zorgmachtiging. Volgens de broer zal betrokkene zich wederom aan de zorg onttrekken indien de zorgmachtiging niet wordt verleend.
1.4.
De officier van justitie is niet gehoord.

2.De standpunten van partijen

2.1.
Betrokkene is al een jaar opgenomen en is van mening dat haar de vrijheid ontnomen wordt. Volgens betrokkene hoort ze thuis in de rimboe en wil ze niet in [plaatsnaam] wonen. Betrokkene wil geen depot medicatie en alleen maar medicatie voor haar hart.
2.2.
De anios heeft verklaard dat het toestandsbeeld van betrokkene is verbeterd. De wanen zijn naar de achtergrond verdwenen. Indien het juridisch kader wegvalt, zal betrokkene stoppen met de medicatie. In samenspraak met de mentor van betrokkene zal een geschikte woonplek voor betrokkene gezocht worden met voldoende behandeling en waar voldoende begeleiding aanwezig is. Inmiddels is er gekeken naar een flat in [plaatsnaam] . Een terugkeer naar de hut in het bos is uitgesloten.
2.3.
De advocaat van betrokkene heeft verklaard dat betrokkene niet in de accommodatie wil verblijven. De raadsman erkent dat er hulp en medicatie voor betrokkene noodzakelijk is. Hij maakt zich echter zorgen over het feit dat het vinden van een geschikte woonplek voor betrokkene lang duurt. De advocaat verzoekt om de termijn van de zorgmachtiging te verkorten om zodoende een vinger aan de pols te houden.

3.Beoordeling

3.1.
De officier van justitie verzoekt de rechtbank ten aanzien van betrokkene een zorgmachtiging aansluitend op zorgmachtiging te verlenen voor de duur van twaalf maanden.
3.2.
Op grond van artikel 5:17 Wvggz Pro in samenhang gelezen met het bepaalde in artikel 6:4 Wvggz Pro verleent de rechter een zorgmachtiging indien naar zijn oordeel is voldaan aan de criteria voor verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:3 Wvggz Pro en het doel van verplichte zorg, bedoeld in artikel 3:4 Wvggz Pro, onderdelen b tot en met e. De rechter neemt hierbij de algemene uitgangspunten van artikel 2:1 Wvggz Pro in acht.
3.3.
Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat betrokkene lijdt aan een psychische stoornis, in de vorm van schizofrenie.
3.4.
Deze stoornis leidt tot ernstig nadeel, gelegen in het bestaan van of het aanzienlijk risico op:
  • levensgevaar;
  • ernstig lichamelijk letsel;
  • ernstige verwaarlozing;
  • maatschappelijke teloorgang;
  • de situatie dat de algemene veiligheid van personen of goederen in gevaar is.
Betrokkene woonde in een soort hut in een erbarmelijke en onhygiënische leef- en woonomgeving zonder verwarming, gas en water, elektriciteit. Bovendien was er sprake van
een moeizame relatie met het FACT, waarbij ze bij momenten agressief kon zijn en medicatie weigerde.
3.5.
Om het ernstig nadeel af te wenden of de geestelijke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen of de door de stoornis bedreigde of aangetaste fysieke gezondheid van betrokkene te stabiliseren of te herstellen, heeft betrokkene zorg nodig
.
3.6.
Gebleken is dat er geen mogelijkheden voor passende zorg op vrijwillige basis zijn.
Het toestandsbeeld van betrokkene is inmiddels verbeterd dankzij de medicatie. Deze medicatie is essentieel voor betrokkene om haar toestandsbeeld stabiel te houden en het ernstig nadeel af te wenden. In de komende periode zal er geprobeerd worden om een passende woonplek voor betrokkene te realiseren. Hierbij is het belangrijk dat betrokkene de ambulante zorgverleners toelaat.
De opvolgende zorgmachtiging is noodzakelijk als zijnde een ‘vangnet’ om adequaat de juiste hulp te kunnen bieden en om tijdig te kunnen ingrijpen wanneer blijkt dat er sprake is van een terugval.
Om die reden is verplichte zorg nodig. De in het verzoekschrift genoemde vormen van zorg zijn gebaseerd op het zorgplan en het advies van de geneesheer-directeur en bestaan uit:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, bij opname;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • het opnemen in een accommodatie, in geval van decompensatie.
3.7.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben.
3.8.
De voorgestelde verplichte zorg is evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt dat bij het bepalen van de juiste zorg rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
3.9.
Gelet op het voorgaande is voldaan aan de criteria voor en doelen van verplichte zorg als bedoeld in de Wvggz. De rechtbank zal de zorgmachtiging voor de duur van zes maanden verlenen, en geldt aldus tot en met 29 juni 2024 en voor het overige aanhouden om te kunnen bezien hoe het dan gaat en of er een passende woonvoorziening is gerealiseerd.
De rechtbank zal op een volgende zitting bespreken hoe het toestandsbeeld van betrokkene zich heeft ontwikkeld en hoe de medewerking van betrokkene in de behandeling en het nemen van de medicatie is verlopen.

4.Beslissing

De rechtbank:
4.1.
verleent een opvolgende zorgmachtiging ten aanzien van
[betrokkene] ,geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] 1950,
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
  • het toedienen van medicatie, alsmede het verrichten van medische controles of andere medische handelingen en therapeutische maatregelen, ter behandeling van een psychische stoornis, dan wel vanwege die stoornis, ter behandeling van een somatische aandoening;
  • het beperken van de bewegingsvrijheid, bij opname;
  • het aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
  • het opnemen in een accommodatie, in geval van decompensatie;
4.2.
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met uiterlijk 29 juni 2024;
4.3.
bepaalt dat de mondelinge behandeling zal worden voortgezet op vrijdag 21 juni 2024 op een nader te bepalen tijdstip en nader te bepalen locatie;
4.4.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Deze beschikking is op 29 december 2023 mondeling gegeven door mr. F. Oelmeijer, rechter en in het openbaar uitgesproken bijgestaan door P.C.H. van Montfort als griffier,
en op 11 januari 2024 schriftelijk uitgewerkt en ondertekend.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.