Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
De officier van justitie vindt dit bewezen op grond van de door de verdachte afgelegde verklaring, de door getuigen afgelegde verklaringen, het proces-verbaal van de afdeling VerkeersOngevallenAnalyse (verder: VOA) van de politie en het daarbij horende proces-verbaal over de berekening van de snelheid van de auto van verdachte én de medische gegevens over het letsel van het slachtoffer. Uit die bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte, terwijl het zicht ter plaatse van de voetgangersoversteekplaats slecht was, met een snelheid van ongeveer 61 kilometer per uur, dus te hard, die voetgangersoversteekplaats is genaderd en daarbij zijn snelheid niet zodanig heeft aangepast dat hij in staat was zijn voertuig tot stilstand te brengen voor die voetgangersoversteekplaats, waarop op dat moment voetgangers bezig waren de rijbaan over te steken. Verdachte heeft als bestuurder van zijn auto die daar overstekende voetgangers niet voor laten gaan en is tegen een van die voetgangers aangereden, waardoor aan het slachtoffer zwaar lichamelijk letsel is toegebracht.
De rechtbank acht niet bewezen hetgeen primair meer of anders aan verdachte is tenlastegelegd, zodat hij voor dat onderdeel (de ernstigere gradatie van schuld) dient te worden vrijgesproken.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
De raadsvrouw heeft aangevoerd dat, gelet op de straffen in soortgelijke zaken, oplegging aan de verdachte van een taakstraf passend is en eventueel daarnaast een voorwaardelijke ontzegging van de rijbevoegdheid. Zij heeft over de persoonlijke omstandigheden van verdachte gesteld dat het feit in november 2021 heeft plaatsgevonden en dat verdachte toen een nacht in verzekering heeft doorgebracht op het politiebureau. Het ten gevolge van zijn handelen aan het jonge slachtoffer en zijn familie aangedane leed heeft een diepe indruk op hem gemaakt. Verdachte heeft zich vanwege het gebeurde enige tijd onder behandeling gesteld. Hij is gestopt met de opleiding verzorgende, omdat hij tijdens zijn stage het werk in die sector niet aankon. Verdachte heeft vanaf het begin zijn excuses aan het slachtoffer en zijn familie willen overbrengen. Dat kon na enige tijd tijdens de mediation, die op zijn verzoek heeft plaatsgevonden. Inmiddels volgt verdachte een opleiding en werkt hij (als ZZP’er) als elektricien voor onder meer het bedrijf [naam bedrijf 1] . Hij heeft daarvoor dagelijks zijn rijbewijs nodig. De schadekwestie is opgepakt door zijn autoverzekering. Hij zal vijf jaar lang het dubbele voor die verzekering moeten betalen.
Daarnaast zal de rechtbank een ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden opleggen. De rechtbank zal deze bijkomende straf geheel voorwaardelijk opleggen, gelet op het schuldbewustzijn en de omstandigheid dat verdachte een rijbewijs nodig heeft om zijn werk te kunnen uitoefenen. Daaraan wordt een proeftijd van twee jaren gekoppeld. Met oplegging van deze voorwaardelijke straf wordt enerzijds de ernst van het bewezenverklaarde tot uitdrukking gebracht en wordt anderzijds de strafoplegging dienstbaar gemaakt aan het voorkomen van nieuwe strafbare feiten.
7.De wettelijke voorschriften
8.De beslissing
- verklaart het primair tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot
- beveelt dat indien de veroordeelde de taakstraf niet naar behoren verricht, vervangende hechtenis zal worden toegepast voor de duur van 50 dagen;
- ontzegt de verdachte de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen voor de duur van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren;
- bepaalt dat deze bijkomende straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten omdat de verdachte zich voor het einde van
mr. dr. M.E. Notermans, rechters, in tegenwoordigheid van C.S.G.M. Wouters-Debougnoux, griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 1 februari 2023.
(art 5 Wegenverkeerswet Pro 1994)