Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.[gedaagde] ,wonend [adres] ,[woonplaats] ,
1.De procedure
- de dagvaarding met producties,
- de mondelinge behandeling van 19 januari 2023.
Rechtbank Limburg
In deze kortgedingprocedure vordert eiser ontruiming van zijn woning door gedaagde en diens gezin, omdat zij zonder recht of titel in de woning verblijven en de sloten hebben vervangen. Eiser stelt dat de bewoning tijdelijk was en uiterlijk 1 januari 2023 moest eindigen, wat niet is gebeurd.
Gedaagde voert verweer en stelt dat tussen partijen een (onder)huurovereenkomst voor onbepaalde tijd is gesloten, met betaling van huur en borg. Hij woont met zijn gezin in de woning als hoofdverblijf. De kantonrechter acht aannemelijk dat een huurovereenkomst bestaat, mede gelet op de betaalbewijzen en correspondentie.
De kantonrechter oordeelt dat het spoedeisend belang van eiser niet voldoende is aangetoond, mede omdat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij daadwerkelijk dakloos is en hij slechts af en toe in de woning verbleef. Gezien het ingrijpende karakter van ontruiming en de belangenafweging wijst de kantonrechter de vordering af en veroordeelt eiser in de proceskosten.
Uitkomst: De vordering tot ontruiming wordt afgewezen wegens het aannemelijk zijn van een huurovereenkomst en het ontbreken van spoedeisend belang.