Uitspraak
RECHTBANK Limburg
1.[eiser sub 1] ,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
1.De procedure
- de brief waarin een mondelinge behandeling is bepaald,
2.De feiten
3.De beslissing
3.Het geschil
4.De beoordeling
Tbv [naam zoon] en [gedaagde] met groet”. Het is onduidelijk op welke wijze dit bedrag verband houdt met [naam paard] . Nu [eiser sub 1] dit verder niet heeft onderbouwd en dit tevens gemotiveerd door [gedaagde] is betwist, zal dit deel van de vordering onder 1. worden afgewezen.