Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:10072

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
28 augustus 2024
Publicatiedatum
31 december 2024
Zaaknummer
C/03/271777 / HA ZA 19-614 C/03/271826 / HA ZA 19-615 C/03/271827 / HA ZA 19-616 en C/03/271850 / HA ZA 19-617
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing van vrijwaringsvorderingen in civiele geschillen tussen Brandpreventie en Asbestsanering Zuid B.V. en diverse partijen

Deze civiele procedure betreft meerdere vrijwaringszaken tussen Brandpreventie en Asbestsanering Zuid B.V. (BAZ) en diverse gedaagden, voortvloeiend uit een hoofdzaak met zaaknummer C/03/268279 / HA ZA 19-447. BAZ en de gedaagden vorderden onderling betaling van bedragen waarop zij mogelijk in de hoofdzaak veroordeeld zouden kunnen worden.

De rechtbank heeft in de hoofdzaak de vorderingen van de eiseres afgewezen, waardoor geen grond bestaat voor vrijwaring tussen de betrokken partijen. Op basis hiervan wijst de rechtbank alle vrijwaringsvorderingen af. Daarnaast worden de in het ongelijk gestelde partijen veroordeeld in de proceskosten, die per partij worden begroot op €2.606,- plus eventuele verhogingen en wettelijke rente.

De procedure omvatte diverse producties, conclusies van antwoord, en mondelinge behandelingen op 28 oktober 2020 en 16 juli 2021. Het vonnis is uitgesproken op 28 augustus 2024 door rechter W.J.J. Beurskens. De uitspraak bevestigt dat partijen geen aanspraak kunnen maken op vrijwaring en legt de proceskostenveroordelingen vast.

Uitkomst: Alle vrijwaringsvorderingen worden afgewezen en de in het ongelijk gestelde partijen worden veroordeeld in de proceskosten.

Uitspraak

vonnis

RECHTBANK LIMBURG

Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummers: C/03/271777 / HA ZA 19-614, C/03/271826 / HA ZA 19-615, C/03/271827 / HA ZA 19-616 en C/03/271850 / HA ZA 19-617
Vonnis van 28 augustus 2024
in de zaak
C/03/271777 / HA ZA 19-614van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRANDPREVENTIE EN ASBESTSANERING ZUID B.V.,
gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen,
eiseres in vrijwaring,
advocaat mr. R.R.J.W. Delsing;
tegen:

1.[gedaagde in vrijwaring sub 1 zaaknr. 271777] ,

en
2.
[gedaagde in vrijwaring sub 2 zaaknr. 271777],
wonend te [plaats] ;
en
3.
[gedaagde in vrijwaring sub 3 zaaknr. 271777],
allen gevestigd dan wel wonend te [plaats] ,
gedaagden in vrijwaring,
advocaat thans mr. D.M.J. Dexters;
en in de zaak
C/03/271826 / HA ZA 19-615van

1.[gedaagde in vrijwaring sub 1 zaaknr. 271777] ,

en
2.
[gedaagde in vrijwaring sub 2 zaaknr. 271777],
en
3.
[gedaagde in vrijwaring sub 3 zaaknr. 271777],
allen gevestigd dan wel wonend te [plaats] ,
eisers in vrijwaring,
advocaat thans mr. D.M.J. Dexters;
tegen:

1.[gedaagde in vrijwaring sub 1 zaaknr. 271826 en 271827] ,

wonend te [woonplaats 1] ,
en
2.
[gedaagde in vrijwaring sub 2 zaaknr. 271826 en 271827],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagden in vrijwaring,
advocaat mr. M.E.Th. Hogervorst;
en in de zaak
C/03/271827 / HA ZA 19-616van
de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRANDPREVENTIE EN ASBESTSANERING ZUID B.V.,
gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen,
eiseres in vrijwaring,
advocaat mr. R.R.J.W. Delsing;
tegen:

1.[gedaagde in vrijwaring sub 1 zaaknr. 271826 en 271827] ,

wonend te [woonplaats 1] ,
en
2.
[gedaagde in vrijwaring sub 2 zaaknr. 271826 en 271827],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagden in vrijwaring,
advocaat mr. M.E.Th. Hogervorst;
en in de zaak
C/03/271850 / HA ZA 19-617van

1.[gedaagde in vrijwaring sub 1 zaaknr. 271826 en 271827] ,

wonend te [woonplaats 1] ,
en
2.
[gedaagde in vrijwaring sub 2 zaaknr. 271826 en 271827],
wonend te [woonplaats 2] ,
eisers in vrijwaring,
advocaat mr. M.E.Th. Hogervorst;
tegen:

1.[gedaagde in vrijwaring sub 1 zaaknr. 271777] ,

en
2.
[gedaagde in vrijwaring sub 2 zaaknr. 271777],
en
3.
[gedaagde in vrijwaring sub 3 zaaknr. 271777],
allen wonend. dan wel wonend te [plaats] ,
gedaagden,
advocaat thans mr. D.M.J. Dexters;
en
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
BRANDPREVENTIE EN ASBESTSANERING ZUID B.V.,
gevestigd te Hoensbroek, gemeente Heerlen,
gedaagde,
advocaat mr. R.R.J.W. Delsing.
Partijen alle zaken zullen hierna [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] , [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] en BAZ worden genoemd.
In de zaak C/03/271777 / HA ZA 19-614:

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met productie 1;
- de akte houdende producties van BAZ, met producties 2-8;
- de conclusie van antwoord, met producties 1-13;
- de door [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] te behoeve van de mondelinge behandeling aan de rechtbank toegezonden productie 14;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 28 oktober 2020;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 16 juli 2021;
- het bericht B16 op de rol van 3 april 2024 van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] , met productie 15;
- de uitlatingen voortprocederen van partijen op de rol van 8 mei 2024 en de antwoorden van de griffier van de rechtbank van 22 mei 2024.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
BAZ vordert, samengevat, om [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] te veroordelen om aan BAZ te betalen al hetgeen waartoe BAZ als gedaagde in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer C/03/268279 / HA ZA 19-447 jegens [naam VOF] (hierna [naam VOF] ) als eiseres in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, met veroordeling van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] in de kosten van de procedure in vrijwaring.
2.2.
De rechtbank heeft in de genoemde hoofdzaak bij afzonderlijk vonnis van heden de vorderingen van [naam VOF] jegens BAZ afgewezen, met veroordeling van [naam VOF] in de proceskosten aan de zijde van BAZ. Dat betekent dat voor BAZ geen grond bestaat om thans [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] in vrijwaring aan te spreken. De vordering van BAZ zal dan ook worden afgewezen.
2.3.
BAZ is de in het ongelijk gestelde partij en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] gevallen. Deze kosten worden als volgt begroot: € 2.428,- aan salaris (2 punten à € 1.214,-) en € 178,- (met de na te melden verhoging) aan nakosten, in totaal: € 2.606,-, te vermeerderen met rente als na te melden.
In de zaak C/03/271826 / HA ZA 19-615:

3.Het verloop van de procedure

3.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met producties 1-11;
- de akte houdende producties van BAZ, met producties 2-8;
- de conclusie van antwoord van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] , met productie 1;
- de conclusie van antwoord van BAZ, met producties 1-7;
- de door [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] te behoeve van de mondelinge behandeling aan de rechtbank toegezonden productie 12;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 28 oktober 2020;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 16 juli 2021;
- het bericht B16 op de rol van 3 april 2024 van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] , met productie 13;
- de uitlatingen voortprocederen van partijen op de rol van 8 mei 2024 en de antwoorden van de griffier van de rechtbank van 22 mei 2024.
3.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

4.De beoordeling

4.1.
[gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] vordert, samengevat, om [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] en BAZ hoofdelijk, dan wel afzonderlijk, te veroordelen om aan [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] te betalen al hetgeen waartoe [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] als gedaagde in de hoofdzaak (met zaak-/rolnummer C/03/268279 / HA ZA 19-447, rechtbank) jegens [naam VOF] (als eiseres in de hoofdzaak) mocht worden veroordeeld, met hoofdelijke, dan wel afzonderlijke, veroordeling van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] en BAZ in de kosten van de procedure in vrijwaring met nakosten en rente.
4.2.
De rechtbank heeft in de genoemde hoofdzaak bij afzonderlijk vonnis van heden de vorderingen van [naam VOF] jegens [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] afgewezen, met veroordeling van [naam VOF] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] . Dat betekent dat voor [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] geen grond bestaat om thans [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] en/of BAZ in vrijwaring aan te spreken. De vordering van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] zal dan ook worden afgewezen.
4.3.
[gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] is de in het ongelijk gestelde partij en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] en BAZ gevallen. Deze kosten worden als volgt begroot:
- [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] : € 2.428,- aan salaris (2 punten à € 1.214,-) en € 178,- (met de na te melden verhoging) aan nakosten, in totaal: € 2.606,-;
- BAZ: € 2.428,- aan salaris (2 punten à € 1.214,-) en € 178,- (met de na te melden verhoging) aan nakosten, in totaal: € 2.606,-.
In de zaak C/03/271827 / HA ZA 19-616:

5.Het verloop van de procedure

5.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding, met productie 1;
- de akte houdende producties van BAZ, met producties 2-8;
- de conclusie van antwoord, met twee producties;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 28 oktober 2020;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 16 juli 2021;
- de uitlatingen voortprocederen van partijen op de rol van 8 mei 2024 en de antwoorden van de griffier van de rechtbank van 22 mei 2024.
5.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

6.De beoordeling

6.1.
BAZ vordert, samengevat, om [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] te veroordelen om aan BAZ te betalen al hetgeen waartoe BAZ als gedaagde in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer C/03/268279 / HA ZA 19-447 jegens [naam VOF] als eiseres in de hoofdzaak mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, met veroordeling van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] in de kosten van de procedure.
6.2.
De rechtbank heeft in de genoemde hoofdzaak bij afzonderlijk vonnis van heden de vorderingen van [naam VOF] jegens BAZ afgewezen, met veroordeling van [naam VOF] in de proceskosten aan de zijde van BAZ. Dat betekent dat voor BAZ geen grond bestaat om thans [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] in vrijwaring aan te spreken. De vordering van BAZ zal dan ook worden afgewezen.
6.3.
BAZ is de in het ongelijk gestelde partij en zal daarom worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] gevallen. Deze kosten worden als volgt begroot: € 2.428,- aan salaris (2 punten à € 1.214,-) en € 178,- (met de na te melden verhoging) aan nakosten, in totaal: € 2.606,-.
In de zaak C/03/271850 / HA ZA 19-617:

7.Het verloop van de procedure

7.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding;
- de conclusie van antwoord van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] , met producties 1-12;
- de conclusie van antwoord van BAZ, met producties 1-8;
- de door [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] te behoeve van de mondelinge behandeling aan de rechtbank toegezonden productie 13;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 28 oktober 2020;
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling, gehouden op 16 juli 2021;
- het bericht B16 op de rol van 3 april 2024 van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] , met productie 14;
- de uitlatingen voortprocederen van partijen op de rol van 8 mei 2024 en de antwoorden van de griffier van de rechtbank van 22 mei 2024.
7.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

8.De beoordeling

8.1.
[gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] vorderen, samengevat, om [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] en BAZ te veroordelen om aan [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] te betalen al hetgeen waartoe [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] als gedaagden in de hoofdzaak met zaak-/rolnummer C/03/268279 / HA ZA 19-447 jegens [naam VOF] (als eiseres in de hoofdzaak, rechtbank) mocht worden veroordeeld, met inbegrip van de kostenveroordeling, met veroordeling van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] en BAZ in de kosten van de procedure in vrijwaring.
8.2.
De rechtbank heeft in de genoemde hoofdzaak bij afzonderlijk vonnis van heden de vorderingen van [naam VOF] jegens [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] afgewezen, met veroordeling van [naam VOF] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] Dat betekent dat voor [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] geen grond bestaat om thans [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] en/of BAZ in vrijwaring aan te spreken. De vordering van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] zal dan ook worden afgewezen.
8.3.
[gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] zijn de in het ongelijk gestelde partijen en zullen daarom worden veroordeeld in de proceskosten, aan de zijde van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] en BAZ gevallen. Deze kosten worden als volgt begroot:
- [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] : € 2.428,- aan salaris (2 punten à € 1.214,-) en € 178,- (met de na te melden verhoging) aan nakosten, in totaal: € 2.606,-, te vermeerderen met rente als na te melden;
- BAZ: € 2.428,- aan salaris (2 punten à € 1.214,-) en € 178,- (met de na te melden verhoging) aan nakosten, in totaal: € 2.606,-.

9.De beslissingDe rechtbank

in de zaak C/03/271777 / HA ZA 19-614:9.1. wijst af het gevorderde;
9.2.
veroordeelt BAZ in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777]
ad € 2.606,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het genoemde bedrag als [naam VOF] niet tijdig betaalt en te vermeerderen met € 92,00 als [naam VOF] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
9.3. verklaart het vonnis ten aanzien van de beslissing onder 9.2. uitvoerbaar bij voorraad;
in de zaak C/03/271826 / HA ZA 19-615:9.4. wijst af het gevorderde;
9.5.
veroordeelt [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827]
ad € 2.606,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen € 92,00 als [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
9.6.
veroordeelt [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] in de proceskosten aan de zijde van BAZ ad € 2.606,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
9.7.
verklaart het vonnis ten aanzien van de beslissingen onder 9.5. en 9.6. uitvoerbaar bij voorraad;
in de zaak C/03/271827 / HA ZA 19-616:
9.8.
wijst af het gevorderde;
9.9.
veroordeelt BAZ in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] ad € 2.606,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 als BAZ niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
in de zaak C/03/271850 / HA ZA 19-617:
9.10.
wijst af het gevorderde;
9.11.
veroordeelt [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] hoofdelijk in de proceskosten aan de zijde van
[gedaagden in vrijwaring zaaknr. 271777] ad € 2.606,-, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in art. 6:119 BW Pro over het genoemde bedrag als [naam VOF] niet tijdig betaalt en te vermeerderen met € 92,00 als [naam VOF] niet tijdig aan de veroordeling voldoet en het vonnis daarna wordt betekend;
9.12. veroordeelt [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] hoofdelijk in de proceskosten aan de zijde van BAZ
ad € 2.606,-, te vermeerderen met € 92,00 als [gedaagden in vrijwaren zaaknr. 271826 en 271827] niet tijdig aan de veroordeling voldoen en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. W.J.J. Beurskens, rechter, en in het openbaar uitgesproken op 28 augustus 2024.