De rechtbank Limburg behandelde op 27 februari 2024 de zaak tegen verdachte die werd verdacht van opzettelijke brandstichting op het parkeerterrein van het politiebureau te Heerlen op 24 augustus 2023. De officier van justitie eiste bewezenverklaring, terwijl de verdediging vrijspraak bepleitte vanwege onvoldoende bewijs van voltooide brandstichting.
De rechtbank oordeelde dat het werpen van een molotovcocktail weliswaar plaatsvond en de fles kapot viel, maar dat het ontstane vuur zelfstandig doofde zonder dat het wegdek daadwerkelijk vlam vatte. Het zwartgeblakerde wegdek was het gevolg van het branden van de vloeistof, maar dit volstaat niet voor voltooide brandstichting. Omdat geen poging tot brandstichting ten laste was gelegd, sprak de rechtbank verdachte vrij.
Daarnaast werden eerdere werkstraffen met voorwaarden uit eerdere vonnissen niet ten uitvoer gelegd vanwege deze vrijspraak. De voorlopige hechtenis werd opgeheven en de vorderingen tot tenuitvoerlegging werden afgewezen. Het vonnis werd uitgesproken door de meervoudige kamer van de rechtbank Limburg op 4 maart 2024.