Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.De procedure
- de rolbeslissing van 20 november 2024
- de uitlating bevoegdheid aan de zijde van GGzE.
2.De beoordeling
3.De beslissing
woensdag15 januari 2025 om 10.00 uurvoor beraad kantonrechter,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Limburg
De Stichting GGzE heeft een vordering ingesteld tegen een gedaagde inzake de terugbetaling van abusievelijk uitgekeerd loon en reiskosten, gebaseerd op een vaststellingsovereenkomst. De zaak werd aanvankelijk aan de kamer voor andere zaken dan kantonzaken voorgelegd.
De rechtbank oordeelt dat de kantonrechter bevoegd is voor zaken die verband houden met arbeidsovereenkomsten, zoals bepaald in artikel 93 aanhef Pro en onder c Rv. De bevoegdheid wordt ruim uitgelegd, waarbij voldoende is dat de vordering verband houdt met de arbeidsovereenkomst. De rechtbank concludeert dat de zaak derhalve thuishoort bij de kamer voor kantonzaken.
Omdat de eiseres haar vordering niet bij de kamer voor kantonzaken heeft ingediend, verwijst de rechtbank de zaak ambtshalve naar die kamer. Tevens wordt vastgesteld dat de gedaagde verstek heeft laten gaan, en GGzE wordt opgedragen de nieuwe roldatum aan de gedaagde aan te zeggen. Verder wordt gewezen op de mogelijkheid van persoonlijke of gemachtigde verschijning zonder advocaat en op de verlaging en terugbetaling van het griffierecht.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de zaak ambtshalve naar de kamer voor kantonzaken vanwege het verband met de arbeidsovereenkomst.