ECLI:NL:RBLIM:2024:10106

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
18 december 2024
Publicatiedatum
2 januari 2025
Zaaknummer
C/03/331943 / HA ZA 24-284
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Overig
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 616 lid 3 onder a Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid wegens niet-stellen van zekerheid in civiele procedure

Balkhoorma LLC, een rechtspersoon gevestigd in Azerbeidzjan, werd door de rechtbank Limburg veroordeeld om zekerheid te stellen voor een proceskostenveroordeling ten gunste van de gedaagden. Ondanks een uitstelverzoek heeft Balkhoorma nagelaten deze zekerheid tijdig te stellen.

Op grond van artikel 616 lid 3 onder Pro a Rv leidt het niet voldoen aan een veroordeling tot zekerheidstelling tot niet-ontvankelijkheid van de partij die de zekerheid moest stellen. De rechtbank verklaarde Balkhoorma daarom niet-ontvankelijk in haar vordering in de hoofdzaak.

Daarnaast werd Balkhoorma veroordeeld tot betaling van de proceskosten van de gedaagden, inclusief kosten van de verzoekschriftprocedure en nakosten. De rechtbank specificeerde de kosten per partij en legde betaling binnen veertien dagen op, met vermeerderen van kosten bij niet-tijdige betaling.

Het vonnis werd gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken op 18 december 2024.

Uitkomst: Balkhoorma LLC wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het niet tijdig stellen van zekerheid en veroordeeld tot betaling van proceskosten.

Uitspraak

RECHTBANK Limburg

Civiel recht
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: C/03/331943 / HA ZA 24-284
Vonnis bij vervroeging van 18 december 2024
in de zaak van
de rechtspersoon naar Azerbeidzjaans recht
BALKHOORMA LLC,
gevestigd en kantoorhoudend te Baku City (Azerbeidzjan),
eiseres in de hoofdzaak,
verweerster in de incidenten,
advocaat mr. R. van den Berg Jeths
tegen

1.[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 1] ,

wonend te [woonplaats 1] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. B. van Duijn,
2. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 2],
gevestigd te [vestigingsplaats 1] , kantoorhoudend te [plaats] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. B. van Duijn,
3.
[gedaagde in de hoofdzaak, eiser in het incident sub 3],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiser in het incident,
advocaat mr. F.W. Amendt,
4. de besloten vennootschap met beperkte aansprakelijkheid
[gedaagde in de hoofdzaak, eiseres in het incident sub 4],
gevestigd en kantoorhoudend te [vestigingsplaats 2] ,
gedaagde in de hoofdzaak,
eiseres in het incident,
advocaat mr. F.W. Amendt.
Partijen worden hierna Balkhoorma, [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] genoemd.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het incidenteel vonnis van 16 oktober 2024,
- het B4-formulier van 12 november 2024 waarbij Balkhoorma heeft verzocht om uitstel
voor zowel het stellen van zekerheid als het nemen van de akte omtrent de gestelde
zekerheid wegens klemmende redenen,
- het B11-formulier van 12 november 2024 waarbij [gedaagden sub 1 en 2] hebben gereageerd op het
uitstelverzoek,
- het B16-formulier van 13 november 2024 waarbij [gedaagden sub 3 en 4] hebben gereageerd op
het uitstelverzoek,
- het e-mailbericht van de griffier van 19 november 2024 aan alle partijen, waarin is
bepaald dat het verzoek om uitstel wordt afgewezen en de rechter geen reden ziet om terug
te komen op de beslissing in het vonnis in incident van 16 oktober 2024,
- de aktes uitlating zekerheidsstelling van zowel [gedaagden sub 1 en 2] als [gedaagden sub 3 en 4] genomen op
de rol van 27 november 2024,
- Balkhoorma heeft verzuimd (tijdig) de akte uitlating zekerheidstelling te nemen, zodat het
recht daartoe is vervallen.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De beoordeling

2.1.
Bij vonnis in het incident van 16 oktober 2024 heeft de rechtbank Balkhoorma veroordeeld uiterlijk op 13 november 2024 zekerheid te stellen tot een bedrag van
€ 30.747,00 zowel ten gunste van [gedaagden sub 1 en 2] als ten gunste van [gedaagden sub 3 en 4] voor een eventuele proceskostenveroordeling in de hoofdzaak.
2.2.
Zowel [gedaagden sub 1 en 2] als [gedaagden sub 3 en 4] hebben onweersproken aangevoerd dat Balkhoorma geen zekerheid heeft gesteld.
2.3.
Het niet-voldoen aan een veroordeling tot zekerheidsstelling leidt ingevolge artikel 616 lid 3 onder Pro a Rv tot niet-ontvankelijkheid in de hoofdzaak van de partij die zekerheid diende te stellen. Balkhoorma zal derhalve niet-ontvankelijk worden verklaard in haar vordering in de hoofdzaak.
Proceskosten
2.4.
Gelet op de uitkomst van de procedure zal Balkhoorma in de kosten van deze procedure, de kosten van de verzoekschriftprocedure tot het houden van voorlopige getuigenverhoren (zaak 264312 HARK 19-108), en in de nakosten van deze procedure worden veroordeeld.
2.5.
De kosten advocaat van [gedaagden sub 1 en 2] en van [gedaagden sub 3 en 4] samen in de fase van de behandeling van de verzoekschriftprocedure waarin zij bijgestaan werden door dezelfde advocaat, bedragen 2,5 punten (verweerschrift, mondelinge behandeling en voorzetting mondelinge behandeling) x € 3.502,00 = € 8.755,00.
2.6.
Vanaf het moment dat de getuigen gehoord zijn, hadden [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] ieder een eigen advocaat. Er zijn vijf zittingen gepland voor het horen van getuigen op verzoek van Balkhoorma.
2.7.
[gedaagden sub 1 en 2] hebben alle zittingen bijgewoond. Hun kosten voor het bijwonen van de getuigenverhoren van de andere partij worden begroot op 2,5 punten (5 x ½ punt) x
€ 3.502,00 = € 8.755,00. Vermeerderd met het in de verzoekschriftprocedure (€ 297,00 : 2 = € 148,50) en in de hoofdzaak betaalde griffierecht (€ 2.626,00 - € 148,50 = € 2.477,50) van in totaal € 2.626,00 en de nakosten van € 178,00 bedragen de overige proceskosten van [gedaagden sub 1 en 2] dus € 11.559,00.
2.8.
[gedaagden sub 3 en 4] hebben vier keer de getuigenverhoren bijgewoond (een keer afwezig in verband met ziekte). Hun kosten voor het bijwonen van de getuigenverhoren van de andere partij worden begroot op 2 punten (4 x ½ punt) x € 3.502,00 = € 7.004,00. Vermeerderd met het in de verzoekschriftprocedure (€ 297,00 : 2 = € 148,50) en in hoofdzaak betaalde griffierecht (€ 2.626,00 - € 148,50 = € 2.477,50) van in totaal € 2.626,00 en de nakosten van € 178,00 bedragen de overige proceskosten van [gedaagden sub 3 en 4] dus
€ 9.808,00.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
verklaart Balkhoorma niet-ontvankelijk in haar vordering,
3.2.
veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan de zijde van [gedaagden sub 1 en 2] en [gedaagden sub 3 en 4] samen van € 8.755,00 te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe,
3.3.
veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan zijde van [gedaagden sub 1 en 2] van € 11.559,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Balkhoorma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
3.4.
veroordeelt Balkhoorma in de proceskosten aan zijde van [gedaagden sub 3 en 4] van € 9.808,00, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met € 92,00 plus de kosten van betekening als Balkhoorma niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken.
AH