AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Verwijzing van civiele zaak naar kamer voor kantonzaken wegens vordering onder €25.000
In deze civiele bodemzaak bij de rechtbank Limburg hebben partijen zich uitgelaten over de vraag of de vorderingen het bedrag van €25.000 overschrijden, hetgeen bepalend is voor de bevoegdheid van de kamer die van het geschil kennis kan nemen.
Bij een rolbeslissing van 6 november 2024 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld hierover te reageren. Beide partijen hebben aangegeven zich te kunnen verenigen met het voornemen van de rechtbank om de zaak naar de kamer voor kantonzaken te verwijzen.
De rechtbank heeft vervolgens besloten, op grond van artikel 93 aanhefPro en onder a en b van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering, de zaak in de staat en stand waarin deze zich bevindt te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken. Tevens is bepaald dat partijen in het vervolg van de procedure niet meer verplicht zijn zich door een advocaat te laten vertegenwoordigen en dat het griffierecht zal worden verlaagd en teruggestort indien te veel betaald.
De zitting voor de kamer voor kantonzaken is vastgesteld op 18 december 2024 te Maastricht.
Uitkomst: De rechtbank verwijst de civiele zaak naar de kamer voor kantonzaken wegens een vordering onder €25.000.
Uitspraak
vonnis
RECHTBANK LIMBURG
Burgerlijk recht
Zittingsplaats Maastricht
zaaknummer / rolnummer: C/03/335110 / HA ZA 24-451
Vonnis (bij vervroeging) van 4 december 2024
in de zaak van
[eiser],
wonend te [woonplaats 1] ,
eiser,
advocaat mr. E.M.G. van Nuenen-Meulesteen,
tegen
[gedaagde],
wonend te [woonplaats 2] ,
gedaagde,
advocaat mr. S.L. Smits-Emons.
Partijen zullen hierna eiser en gedaagde genoemd worden.
1.De procedure
1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
de rolbeslissing van 6 november 2024
de akte uitlating aan de zijde van Soetens
de akte uitlating aan de zijde van Theunissen.
1.2.
Vervolgens is de zaak naar de rol verwezen van vandaag voor vonnis.
2.De beoordeling
2.1.
Bij rolbeslissing van 6 november 2024 heeft de rechtbank partijen in de gelegenheid gesteld zich uit te laten over de vraag of sprake is van vorderingen die het bedrag van € 25.000,00 niet te boven gaan en dus over de vraag of de kamer voor andere zaken dan kantonzaken bevoegd is om van het geschil kennis te nemen.
2.2.
Beide partijen kunnen zich verenigen met het voornemen om de zaak te verwijzen naar de kamer voor kantonzaken.
2.3.
De rechtbank zal de zaak, gelet op het bepaalde in artikel 93 aanhefPro en onder a en b Rv, in de staat en stand waarin deze zich bevindt, verwijzen naar de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank.
3.De beslissing
De rechtbank
3.1.
verwijst de zaak in de stand waarin deze zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor kantonzaken van deze rechtbank, locatie Maastricht, op woensdag 18 december 2024 om 10.00 uurvoor conclusie van antwoord,
3.2.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer vertegenwoordigd hoeven te worden door een advocaat, maar ook persoonlijk of bij gemachtigde kunnen verschijnen,
3.3.
wijst partijen erop dat het in deze procedure geheven griffierecht ingevolge art. 8 lid 4 WGBZPro zal worden verlaagd en dat het teveel betaalde griffierecht door de griffier zal worden teruggestort.
Dit vonnis is gewezen door mr. I.M. Etman en in het openbaar uitgesproken. [1]