ECLI:NL:RBLIM:2024:10219

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
12 augustus 2024
Publicatiedatum
24 januari 2025
Zaaknummer
C/03/332842 / FA RK 24-2353
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:4 BWArt. 1:20a BWArt. 1:20e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toewijzing verzoek tot wijziging van de eerste voornaam wegens zwaarwichtig belang

Verzoekster heeft bij de rechtbank Limburg een verzoek ingediend tot wijziging van haar eerste voornaam. Zij is geboren in 1968 en geregistreerd met een voornaam die zij als belastend en hinderlijk ervaart vanwege haar problematische jeugd en slechte relatie met haar ouders.

De rechtbank toetst het verzoek aan artikel 1:4 lid 4 BW Pro, waarbij een zwaarwichtig belang vereist is. Verzoekster heeft toegelicht dat zij in het dagelijks leven veel hinder ondervindt van haar huidige voornaam, die door haar ouders met negatieve bedoelingen is gegeven. Zij gebruikt inmiddels een andere roepnaam die haar identiteit en persoonlijkheid beter weerspiegelt en wil met de naamswijziging een negatief hoofdstuk afsluiten.

De rechtbank oordeelt dat het zwaarwichtig belang voldoende is aangetoond en dat er geen beletselen zijn op grond van artikel 1:4 lid 2 BW Pro. De wijziging wordt gelast en de griffier zal de beschikking na drie maanden aan de gemeente Venlo zenden voor verwerking in de geboorteakte. Tegen deze beschikking staat hoger beroep open.

Uitkomst: De rechtbank wijst het verzoek tot wijziging van de eerste voornaam toe wegens een zwaarwichtig belang.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Zittingsplaats Maastricht
Familie en jeugd
Datum uitspraak: 12 augustus 2024
Zaaknummer: C/03/332842 / FA RK 24-2353
De enkelvoudige kamer, belast met de behandeling van burgerlijke zaken, heeft de volgende beschikking gegeven inzake:
[verzoekster] ,
verzoekster,
wonend te Kerkrade,
advocaat mr. E.P.J. Appelman, kantoor houdend te Alkmaar.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
Op 10 juli 2024 is bij de griffie een verzoekschrift ingekomen.

2.De feiten

2.1.
Verzoekster is op [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] geboren.
2.2.
De geboorteakte van verzoekster komt voor in het register van de burgerlijke stand van de gemeente Venlo in het jaar 1968 onder aktenummer 482.
2.3.
In de basisregistratie personen is verzoekster geregistreerd met de Nederlandse nationaliteit.

3.Het verzoek

3.1.
Het verzoek strekt ertoe dat de rechtbank de wijziging zal gelasten van de eerste voornaam van verzoekster, in die zin dat deze wordt gewijzigd in ‘ [voornaam 1] ’.

4.De beoordeling

4.1.
Artikel 1:4 lid 4 van Pro het Burgerlijk Wetboek (BW) geeft de rechter de (discretionaire) bevoegdheid op verzoek van de betrokken persoon of van zijn wettelijke vertegenwoordiger de wijziging te gelasten van zijn voornamen.
4.2.
Op grond van voornoemd artikel moet voor een wijziging van de voornamen een voldoende zwaarwichtig belang bestaan. Bepalend bij de vraag of sprake is van een zwaarwichtig belang, is de mate van ongemak en/of overlast die de betrokkene in het dagelijks leven van zijn voornamen ondervindt. Daarbij dienen alle feiten en omstandigheden te worden meegewogen. Verder moet het verzoek worden getoetst aan artikel 1:4 lid 2 BW Pro en moet worden beoordeeld of de gewenste voornamen niet ongepast zijn of overeenstemmen met bestaande geslachtsnamen, tenzij deze tevens gebruikelijke voornamen zijn.
4.3.
De rechtbank is van oordeel dat verzoekster met de door haar gegeven schriftelijke toelichting voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat zij in het dagelijks leven veel hinder ondervindt van de door haar ouders gekozen voornaam [voornaam 2] . Daartoe overweegt de rechtbank als volgt.
4.4.
Verzoekster heeft in haar jeugd het nodige meegemaakt en zij had een zeer slechte band met haar beide ouders. Inmiddels heeft zij met beide ouders helemaal geen contact meer. Volgens verzoekster vertelden haar ouders haar regelmatig dat zij niet gewenst was, maar dat ze het wel ironisch vonden om haar juist de naam ‘ [voornaam 2] ’ te geven. Verzoekster heeft therapie gevolgd om haar verleden en de band die zij met haar ouders heeft een plek te geven. Verzoekster heeft vervolgens besloten om de roepnaam ‘ [voornaam 1] ’ te gebruiken, een naam die haar gelukkig maakt. Deze naam staat voor verzoekster symbool aan de tranen die zij heeft moeten laten, maar tegelijkertijd ook aan de weggewassen pijn. De naam ‘ [voornaam 1] ’ is haar identiteit en persoonlijkheid en niet de naam ‘ [voornaam 2] ’. Dat verzoekster, met name bij officiële aangelegenheden, nog geconfronteerd wordt met deze naam, belemmert haar dan ook in haar geluksgevoel. Verzoekster wil zich graag richten op de toekomst en meent dat zij met een voornaamswijziging een negatief hoofdstuk in haar leven kan afsluiten. Daarmee is het zwaarwichtige belang bij de verzochte voornaamswijziging voldoende komen vast te staan.
4.5.
Niet gebleken is van beletselen als bedoeld in artikel 1:4 lid 2 BW Pro. Gezien het vorenstaande zal het verzoek tot wijziging van de naam van verzoekster worden toegewezen, in die zin dat de voornaam ‘ [voornaam 2] ’ komt te vervallen en wordt gewijzigd in ‘ [voornaam 1] ’.
4.6.
Ingevolge artikel 1:4 lid 4 BW Pro geschiedt de wijziging van de voornaam doordat van de beschikking een latere vermelding aan de akte van geboorte van de betrokken persoon wordt toegevoegd, overeenkomstig artikel 1:20a lid 1 BW. In verband daarmee dient de griffier niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking, en voor zover daartegen geen hoger beroep is ingesteld, een afschrift van de beschikking te zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Venlo in wiens registers de geboorteakte van verzoekster voorkomt.

5.De beslissing

De rechtbank:
5.1.
gelast de wijziging van de voornaam van [verzoekster] , geboren [geboortedatum] 1968 te [geboorteplaats] , in die zin dat de eerste voornaam ‘ [voornaam 2] ’ wordt vervangen, zodat de volledige naam komt te luiden: ‘ [verzoekster] ’;
5.2.
bepaalt dat de griffier op de voet van het bepaalde in artikel 1:20e lid 1 BW niet eerder dan drie maanden na de dag van deze beschikking een afschrift daarvan zal zenden aan de ambtenaar van de burgerlijke stand van de gemeente Venlo, dit met het oog op het bepaalde in artikel 1:20 lid 1 en Pro onder a, BW juncto artikel 1:20a lid 1 BW.
Deze beschikking is gegeven door mr. M.E. Salemans-Wijnen, rechter en in het openbaar uitgesproken in tegenwoordigheid van de griffier op 12 augustus 2024.
CS
Tegen deze beschikking kan - uitsluitend door tussenkomst van een advocaat - hoger beroep worden ingesteld bij het gerechtshof te 's-Hertogenbosch:
a. door de verzoekende partij en degenen aan wie een afschrift van de beschikking (vanwege de griffier) is verstrekt of verzonden, binnen 3 maanden na de dag van de uitspraak;
b. door andere belanghebbenden binnen 3 maanden na betekening daarvan of nadat de beschikking hun op andere wijze bekend is geworden.