Eiseres vordert in kort geding de ontruiming van twee bedrijfsruimten die door gedaagde worden gehuurd. Zij stelt dat gedaagde tekortschiet in nakoming van de huurovereenkomst en dat de relatie tussen partijen ernstig is verstoord, wat spoedeisendheid rechtvaardigt. Ook wijst eiseres op risico's omtrent de verzekering van de panden en vermeende bedreigingen.
Gedaagde betwist het spoedeisend belang en voert aan dat de huurovereenkomst mondeling is aangegaan, dat zij de huur betaalt en dat tekortkomingen niet leiden tot ontbinding. De kantonrechter benadrukt dat ontruiming een ingrijpende maatregel is en dat in kort geding grote terughoudendheid geldt.
De rechter oordeelt dat eiseres onvoldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de bodemprocedure niet kan worden afgewacht. De verstoorde relatie en verzekeringsrisico's zijn onvoldoende onderbouwd om spoedeisendheid aan te nemen. Ook bij gebleken tekortkomingen zijn deze van geringe omvang en rechtvaardigen geen ontbinding.
Eiseres wordt daarom niet-ontvankelijk verklaard in haar vordering en veroordeeld in de proceskosten van gedaagde. Het vonnis is gewezen door de kantonrechter in Roermond op 31 oktober 2024.