Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
(primair), dan wel heeft geprobeerd zwaar lichamelijk letsel toe te brengen
(subsidiair);
3.De beoordeling van het bewijs
letselrapportagevan GGD Limburg Noord, opgemaakt door dr. S.M.A.A. Schamp concludeert de forensisch arts dat er sprake is van ernstig letsel aan het aangezicht na fors, hoog energetisch, stomp trauma. Er sprake van een oogkas- en onderkaakbreuk en er zijn bloeduitstortingen. Hierbij is sprake van letsel door een scherprandig voorwerp met (minstens) drie parallelle scherpe randen. De onderkaak is zichtbaar onderbroken: het linker deel van de onderkaak is niet zichtbaar, waarbij opening van de mond beperkt wordt. [4]
medische informatievan GGD Limburg-Noord, opgemaakt door
Ö. Tapirdamaz, arts, volgt onder meer dat bij [slachtoffer 1] sprake was van een verbrijzeld linker jukbeen/bovenkaak complex waarbij ook een zenuwkanaal is betrokken, leidend tot inklemming en mogelijk definitieve uitval van een van de aangezichtszenuwen. Er is tevens een verbrijzeld onderkaakbeen links met losliggende snijtand en mogelijke afknelling van de gevoelszenuw die tot de linker ondertanden en kiezen loopt. [slachtoffer 1] werd opgenomen en werd de volgende dag overgeplaatst naar het Radboud UMC voor operatieve behandeling. [5]
De rechtbank neemt tevens op de beelden waar dat verdachte iets in de rechterhand vasthoudt; het is onduidelijk wat.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaarthet tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreektde verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaartdat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaartde verdachte strafbaar;
- veroordeeltde verdachte tot een gevangenisstraf van 330 dagen, waarvan 117 dagen voorwaardelijk, met een proeftijd van
3 jaren; - beveeltdat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- bepaaltdat het voorwaardelijke gedeelte van de straf niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders mocht gelasten, omdat de veroordeelde voor het einde van een proeftijd van drie jaren zich aan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarden niet heeft nageleefd;
- steltde volgende bijzondere voorwaarden, waaraan de veroordeelde gedurende de proeftijd heeft te voldoen:
- geeftaan de reclassering de opdracht als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en de veroordeelde ten behoeve daarvan te begeleiden;
- voorwaarden daarbij zijn dat de veroordeelde gedurende de proeftijd:
beveeltdat de gestelde voorwaarden, alsmede het door de reclassering uit te oefenen toezicht,
dadelijk uitvoerbaarzijn;
- wijstde vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1] , ten aanzien van feit 1 onder parketnummer 03/038587-23,
gedeeltelijk toeen veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij [slachtoffer 1] van een bedrag van € 7.660,59, te vermeerderen met de wettelijke rente over de periode van 7 februari 2023 tot aan de dag der gehele voldoening. Voornoemd bedrag bestaan uit € 160,59 aan materiële schadevergoeding en € 7.500,00 aan immateriële schadevergoeding; - verklaartde benadeelde partij in het meer gevorderde niet-ontvankelijk;
- veroordeeltverdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot heden begroot op nihil, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legtaan de verdachte
opde verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van
[slachtoffer 1] , van een bedrag van € 7.660,59, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 7 februari 2023 tot aan de dag der gehele voldoening; - bepaaltdat indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 73 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- bepaaltdat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de Staat daarmee de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij in zoverre komt te vervallen en andersom dat, indien de verdachte heeft voldaan aan de verplichting tot betaling aan de benadeelde partij daarmee de verplichting tot betaling aan de Staat in zoverre komt te vervallen;
heft ophet geschorste bevel tot voorlopige hechtenis met ingang van heden.