Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
cursief rechtbank: medeverdachte [verdachte] heeft als bijnaam [alias] ).Verder bevinden zich in het dossier observaties. Hieruit blijkt dat de verdachte op 8 december 2021 uit de woning van [verdachte] komt.
De spullen die bij de woningoverval zijn gebruikt, waaronder de rode pruik, zijn niet aangetroffen. De verdachte wordt door de verbalisanten [verbalisant 1] en [verbalisant 2] herkend als de persoon die op de camerabeelden staat met de rode pruik. De rechtbank acht de punten waaraan verbalisant [verbalisant 1] de verdachte herkent op de foto die zich als bijlage bevindt bij het proces-verbaal van herkenning door opsporingsambtenaar (noot griffier: pagina 116 van de doornummering) niet te verifiëren. Verschillende punten waaraan verbalisant [verbalisant 1] zegt de verdachte te herkennen, zijn voor de rechtbank op de betrokken foto niet waarneembaar. Daar komt nog bij dat de verbalisant in het kader van de herkenning verwijst naar een eerder door hem opgemaakt mutatierapport. Dit rapport zit niet in het onderhavige strafdossier, zodat de rechtbank daar ook geen acht op kan slaan.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf en/of de maatregel
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.Het beslag
9.De wettelijke voorschriften
10.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte voor de feiten 2, 3 en 4 tot een gevangenisstraf van 2 weken;
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;