ECLI:NL:RBLIM:2024:1095
Rechtbank Limburg
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Niet ontvankelijkheid wrakingsverzoek na beëindiging van de zaak
Op 29 februari 2024 vond de mondelinge behandeling plaats van een civiele zaak tussen [naam bv] en verzoeker. Tijdens deze zitting kwam de zaak tot een einde door een minnelijke schikking, zoals vastgelegd in het proces verbaal dat door beide partijen is ondertekend.
Verzoeker diende op 1 maart 2024 een wrakingsverzoek in tegen mr. A.P.A. Bisscheroux, rechter in de rechtbank Limburg, met een aanvulling op 4 maart 2024. De wrakingskamer beoordeelde dit verzoek aan de hand van artikel 36 van Pro het Wetboek van burgerlijke rechtsvordering en het Wrakingsprotocol van de rechtbank Limburg.
De wrakingskamer oordeelde dat wraking niet mogelijk is nadat een zaak is beëindigd, verwijzend naar een arrest van de Hoge Raad van 18 december 1998. Omdat de zaak op 29 februari 2024 was afgesloten, kon het wrakingsverzoek niet worden ontvangen en werd verzoeker niet ontvankelijk verklaard.
De beslissing werd zonder zitting genomen en op 8 maart 2024 in het openbaar uitgesproken door de wrakingskamer, bestaande uit drie rechters. De griffier was verhinderd mede te ondertekenen.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek is niet ontvankelijk verklaard omdat de zaak reeds was beëindigd.