Uitspraak
1.De zaak in het kort
2.De procedure
- de conclusie van antwoord
Rechtbank Limburg
In deze zaak vordert Stichting Weller Wonen de ontbinding van de huurovereenkomst met [gedaagde] wegens een aanzienlijke huurachterstand van €3.730,43 tot en met oktober 2023. Ondanks een eerder overeengekomen betalingsregeling is de huurder in verzuim gebleven.
De kantonrechter stelt vast dat de huurachterstand op het moment van dagvaarding ruim vijf maanden bedroeg en nog niet was afgenomen bij de mondelinge behandeling. Dit leidt tot tekortkoming in de nakoming van de huurovereenkomst, rechtvaardigend de ontbinding. De huurder erkent de achterstand en het niet-naleven van de betalingsregeling, maar voert aan dat zij door een misverstand met het Centrum voor Maatschappelijk Werk en Welzijnswerk dacht dat incassomaatregelen waren opgeschort.
De kantonrechter wijst de vordering tot ontbinding en ontruiming toe, met een ontruimingstermijn van veertien dagen. Tevens wordt de huurder veroordeeld tot betaling van de huurachterstand, de huur of gebruikersvergoeding tot aan ontruiming, en buitengerechtelijke incassokosten. De proceskosten worden aan de zijde van Weller vastgesteld en aan de huurder opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder wordt veroordeeld tot ontruiming binnen veertien dagen en betaling van de huurachterstand en incassokosten.