Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
2 [gedaagde sub 2] ,beiden wonend [adres] , [woonplaats] ,
1.De procedure
2.De beoordeling
- dagvaarding € 129,85
- griffierecht € 365,00
- salaris gemachtigde €
Rechtbank Limburg
De Stichting Wonen Limburg vordert betaling van achterstallige huur en incassokosten van de huurders [gedaagde sub 1] en [gedaagde sub 2]. Tijdens de mondelinge behandeling erkenden de huurders de huurachterstand. De kantonrechter stelt vast dat aan de wettelijke vereisten van artikel 6:96 BW Pro is voldaan en wijst de vordering toe.
De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van €1.921,82 plus wettelijke rente vanaf 7 december 2023 tot volledige betaling. Tevens worden zij veroordeeld in de proceskosten, begroot op €892,85. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
De procedure bestond uit een dagvaarding, een schriftelijk antwoord en een mondelinge behandeling op 26 februari 2024. De niet verschenen gedaagde werd vertegenwoordigd door de verschenen partij. Het vonnis is op 6 maart 2024 gewezen door de kantonrechter in Maastricht.
Uitkomst: De huurders worden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de achterstallige huur, incassokosten en wettelijke rente, met veroordeling in de proceskosten.