Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBLIM:2024:1142

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
12 maart 2024
Publicatiedatum
11 maart 2024
Zaaknummer
ROE 23 / 3405
Instantie
Rechtbank Limburg
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:3 AwbArt. 8:54 AwbArt. 79 Participatiewet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid van bezwaar tegen uitnodigingsbrief voor arbeidsmogelijkhedenonderzoek

Eiser maakte bezwaar tegen een brief van het college van burgemeester en wethouders van Heerlen, waarin hij werd uitgenodigd voor een gesprek over zijn arbeidsmogelijkheden. Verweerder verklaarde dit bezwaar niet-ontvankelijk omdat de brief geen besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is.

De rechtbank oordeelde dat de brief van 15 september 2023 slechts een uitnodiging bevat en geen rechtsgevolgen heeft, waardoor het geen besluit is waarop bezwaar kan worden gemaakt. Ook het feit dat er een bezwaarclausule in de brief stond, veranderde hier niets aan.

Andere door eiser aangevoerde punten vielen buiten de reikwijdte van het beroep. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees proceskosten af. De uitspraak werd gedaan zonder zitting op 12 maart 2024.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen het niet-ontvankelijk verklaren van zijn bezwaar is ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG
Bestuursrecht
zaaknummer: ROE 23/3405

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 maart 2024 in de zaak tussen

[eiser] , uit [woonplaats] , eiser,

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Heerlen, verweerder,
(gemachtigde: mr. V. van den Heuvel).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank over het beroep van eiser tegen het bestreden besluit van verweerder van 29 september 2023.
1.1.
Omdat het beroep kennelijk ongegrond is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.

Beoordeling door de rechtbank

2. Bij brief van 15 september 2023 heeft verweerder eiser uitgenodigd voor een gesprek op dinsdag 26 september 2023 om 09:00 uur met het doel om kennis te maken en om onderzoek te doen naar zijn arbeidsmogelijkheden. Onderaan de brief is een bezwaarclausule opgenomen.
3. Bij het bestreden besluit heeft verweerder het bezwaar van eiser tegen de brief van 15 september 2023 niet-ontvankelijk verklaard. Hieraan heeft verweerder ten grondslag gelegd dat de brief van 15 september 2023 slechts een uitnodiging voor het gesprek bevat en geen voor bezwaar vatbaar besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Hoewel dit wel in de brief van 15 september 2023 stond.
4. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op juiste gronden op het standpunt heeft gesteld dat de brief van 15 september 2023 geen rechtsgevolgen heeft en dat de brief daarom geen besluit is in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb. Met de uitnodiging wordt evenmin een handeling nagelaten die strekt ter uitvoering van een besluit inzake de verlening of terugvordering van bijstand of een handeling verricht die afwijkt van dat besluit, zodat de brief ook niet met toepassing van artikel 79 van Pro de Participatiewet wordt gelijkgesteld met een besluit. Van een afwijzing van een aanvraag om ondersteuning was op dat moment ook nog geen sprake. Verweerder heeft het bezwaar van eiser dan ook terecht niet-ontvankelijk verklaard. Dat er wel een bezwaarclausule is opgenomen in de brief van
15 september 2023 maakt dit oordeel niet anders. Het opnemen van een bezwaarclausule in de brief heeft niet het gevolg dat de brief daarmee wel een besluit in de zin van artikel 1:3 van Pro de Awb wordt. [1]
5. Eiser heeft in zijn beroepschrift nog een aantal andere punten naar voren gebracht, die echter buiten de omvang van het voorliggende beroep vallen. In dit beroep is uitsluitend de vraag aan de orde of verweerder eisers bezwaar tegen de brief van 15 september 2023 terecht niet-ontvankelijk heeft verklaard. Die beoordeling is door de rechtbank gemaakt, zoals onder 4. is opgenomen.
6. De conclusie is dat het beroep ongegrond is. Voor een veroordeling in de proceskosten bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.M.E. Derks, rechter, in aanwezigheid van mr. M.H. Vonk-Menger, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2024
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op: 12 maart 2024

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Centrale Raad van Beroep van 4 mei 2023, ECLI:NL:CRVB:2023:857.