In deze civiele procedure voor de Rechtbank Limburg gaat het om een herstelvonnis van het eerder gewezen vonnis van 21 februari 2024. De zaak betreft de verdeling van verschillende eenvoudige gemeenschappen en personenvennootschappen tussen drie broers, waarbij ook een derde partij, de moeder, betrokken is.
De advocaten van de gedaagden hebben geconstateerd dat in het vonnis woorden zijn weggevallen in de onderdelen 3.8 tot en met 3.10 van de beslissing, met name het woord "deskundige" ontbreekt op diverse plaatsen. Dit heeft geleid tot een verzoek tot herstel van het vonnis.
De rechtbank oordeelt dat het herstel terecht is en vervangt de tekst van de randnummers 3.9 en 3.10 door een tekst die duidelijk maakt dat de deskundige een schriftelijk rapport moet opstellen met onderbouwing, een conceptrapport aan partijen moet toezenden voor opmerkingen binnen vier weken, en dat partijen niet op elkaars opmerkingen kunnen reageren. Tevens wordt bepaald dat deze wijzigingen worden opgenomen op de minuut van het oorspronkelijke vonnis en dat partijen de ontvangen stukken moeten retourneren aan de griffie.
Het vonnis is gewezen door drie rechters en in het openbaar uitgesproken op 20 maart 2024.