ECLI:NL:RBLIM:2024:1290
Rechtbank Limburg
- Kort geding
- Rechtspraak.nl
Afwijzing vordering tot medewerking aan verkoop en levering gezamenlijke woning
Partijen zijn gehuwd geweest in algehele gemeenschap van goederen en zijn inmiddels gescheiden met een beschikking tot verdeling van de gemeenschap. De gezamenlijke woning staat nog steeds op naam van beide partijen en is te koop aangeboden met de afspraak dat de overwaarde gelijk wordt verdeeld.
Eiser vordert in kort geding dat gedaagde wordt veroordeeld om mee te werken aan de ondertekening van de koopovereenkomst en de levering van de woning aan de koper(s). Tijdens de mondelinge behandeling trekt eiser de vorderingen tot ondertekening van de koopovereenkomst en de verdeling van de verkoopopbrengst in, zodat alleen de vorderingen tot medewerking aan de levering en indeplaatsstelling overblijven.
Gedaagde is niet verschenen, waardoor verstek wordt verleend. De voorzieningenrechter oordeelt echter dat de koopovereenkomst niet door de consumentkopers is ondertekend, zodat niet is voldaan aan de schriftelijkheidseis van artikel 7:2 lid 1 BW Pro. Hierdoor bestaat geen afdwingbare koopovereenkomst en dus ook geen leveringsverplichting. De vorderingen worden daarom ongegrond verklaard en afgewezen.
Uitkomst: De vorderingen tot medewerking aan de levering van de woning worden afgewezen wegens het ontbreken van een schriftelijke koopovereenkomst met consumentkopers.