De zaak betreft een geschil tussen eiseres, eigenaar van een bedrijfsruimte in het Maankwartier te Heerlen, en gedaagde, huurder van die ruimte met een exploitatieplicht voor een Grieks restaurant. Gedaagde is ondanks meerdere afspraken en rechterlijke veroordelingen nagelaten het restaurant daadwerkelijk te exploiteren, wat leidde tot leegstand.
Eiseres vordert in kort geding dat gedaagde wordt verplicht het gehuurde binnen twee weken in gebruik te nemen, op straffe van een dwangsom. Gedaagde voert aan dat de exploitatie niet rendabel is en dat hij een derde heeft gevonden die het pand wil overnemen, maar heeft dit niet concreet onderbouwd.
De kantonrechter oordeelt dat eiseres een spoedeisend belang heeft bij de vordering vanwege de negatieve gevolgen van leegstand voor het Maankwartier. De exploitatieplicht vloeit voort uit de huurovereenkomst en de wet. Gedaagde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat nakoming onmogelijk is. De stelling dat het beding onvoldoende bepaalbaar is, wordt verworpen.
De rechter wijst de vordering toe, legt een dwangsom op en veroordeelt gedaagde in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.