ECLI:NL:RBLIM:2024:133

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
10 januari 2024
Publicatiedatum
12 januari 2024
Zaaknummer
10614202 \ CV EXPL 23-3050
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:265 lid 1 BWArt. 6:96 lid 6 BWBesluit vergoeding buitengerechtelijke incassokosten
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Ontbinding huurovereenkomst en ontruiming wegens huurachterstand van meer dan drie maanden

De huurder heeft een woning gehuurd van woningstichting Servatius en is in verzuim geraakt met de huurbetalingen, met een achterstand van ruim drie maanden. Ondanks meerdere betalingsregelingen is de achterstand niet volledig weggewerkt. Servatius vordert ontbinding van de huurovereenkomst, ontruiming van de woning en betaling van de achterstand plus incassokosten.

De huurder erkent de huurachterstand en wijst op persoonlijke omstandigheden zoals werkloosheid en verslavingen die tot betalingsproblemen hebben geleid. Hij vraagt om een termijn de grâce, maar de kantonrechter oordeelt dat de achterstand van meer dan drie maanden voldoende is voor ontbinding en dat de persoonlijke omstandigheden dit niet rechtvaardigen.

De kantonrechter wijst de vordering van Servatius toe, ontbindt de huurovereenkomst, veroordeelt de huurder tot ontruiming binnen veertien dagen na betekening en tot betaling van de huurachterstand en incassokosten. De huurder moet vanaf 1 december 2023 ook huur of gebruiksvergoeding betalen tot aan de ontruiming. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.

Uitkomst: De huurovereenkomst wordt ontbonden en de huurder veroordeeld tot ontruiming en betaling van huurachterstand en incassokosten.

Uitspraak

RECHTBANK LIMBURG

Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10614202 \ CV EXPL 23-3050
Vonnis van 10 januari 2024
in de zaak van
WONINGSTICHTING SERVATIUS,
te Maastricht,
eisende partij,
hierna te noemen: Servatius,
gemachtigde: Janssen & Janssen c.s. Gerechtsdeurwaarders Eindhoven,
tegen
[gedaagde],
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
gemachtigde: mr. M.M.B. Lukassen.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding
- de conclusie van antwoord
- het proces-verbaal van de mondelinge behandeling van 15 november 2023.
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De feiten

2.1.
[gedaagde] huurt van Servatius de woning aan de [adres] te [woonplaats] (hierna ook: het gehuurde), tegen een huurprijs van thans € 764,36 per maand. Volgens de bepalingen van de huurovereenkomst moet de huur per vooruitbetaling worden voldaan.
2.2.
[gedaagde] heeft een huurachterstand laten ontstaan. Deze bedroeg ten tijde van de dagvaarding (tot en met de maand april 2023) € 3.390,29.
2.3.
Servatius heeft [gedaagde] een zogenoemde veertiendagenbrief doen toekomen op 6 april 2023. In die brief heeft Servatius [gedaagde] gewezen op de huurachterstand en heeft zij hem de buitengerechtelijk incassokosten ad € 568,41 inclusief btw in het vooruitzicht gesteld.
2.4.
Partijen zijn verschillende betalingsregelingen overeengekomen, maar [gedaagde] is die niet nagekomen.
2.5.
Na dagvaarding heeft [gedaagde] de huurtermijnen tot en met november 2023 (tijdig) voldaan en een aantal bedragen extra betaald. De huurachterstand tot en met november 2023 bedroeg daardoor € 2.373,36.

3.Het geschil

3.1.
Servatius vordert - samengevat - ontbinding en ontruiming van de door [gedaagde] gehuurde woning en betaling van de huurachterstand en van huur dan wel een gebruikersvergoeding tot aan de ontruiming, alles met rente en kosten.
3.2.
Servatius legt aan haar vordering ten grondslag dat [gedaagde] toerekenbaar tekortgekomen is in de nakoming van de huurovereenkomst. Hij is vanaf 8 februari 2022 in verzuim. Ter terechtzitting heeft Servatius zich bereid verklaard om (opnieuw) het gesprek met [gedaagde] aan te gaan, maar zij wil toch graag een ontruimingsvonnis als stok achter de deur. Servatius heeft toegezegd het vonnis niet te executeren als [gedaagde] zich aan de regels houdt.
3.3.
[gedaagde] voert verweer. Hij erkent de bestaande huurachterstand, maar die is volgens hem door persoonlijke omstandigheden ontstaan. Hij was vanuit Rotterdam naar [woonplaats] verhuisd, woonde voor het eerst zelfstandig, raakte werkloos en had te kampen met schulden en verslavingen. Hij heeft pas nadat Servatius zijn zus, die eerder bij Servatius werkte, had ingeschakeld begrepen dat hij daadwerkelijk in de problemen zat. Met hulp van zijn zussen heeft [gedaagde] orde op zaken kunnen stellen. Hij vraagt om een terme de grâce.
3.4.
Op de stellingen van partijen wordt hierna, voor zover nodig, nader ingegaan.

4.De beoordeling

4.1.
Vast staat dat de huurachterstand op het moment van dagvaarden bijna vierenhalve maand bedroeg en dat deze op het moment van de mondelinge behandeling nog steeds meer dan drie maanden was. Dit betekent dat [gedaagde] naar het oordeel van de kantonrechter is tekortgekomen in de nakoming van de huurovereenkomst. Op grond van artikel 6:265 lid 1 BW Pro geeft iedere tekortkoming van een partij in de nakoming van een van haar verbintenissen aan de wederpartij de bevoegdheid om de overeenkomst geheel of gedeeltelijk te ontbinden, tenzij de tekortkoming, gezien haar bijzondere aard of geringe betekenis, deze ontbinding met haar gevolgen niet rechtvaardigt. Deze rechtsregel brengt tot uitdrukking dat slechts een tekortkoming van voldoende gewicht recht geeft op (gehele of gedeeltelijke) ontbinding van de overeenkomst (HR ECLI:NL:HR:2018:1810).
4.2.
Het is vaste rechtspraak dat een huurachterstand van drie maanden of meer een ontbinding van de huurovereenkomst kan rechtvaardigen. [gedaagde] heeft niets aangevoerd op grond waarvan zou kunnen of moeten worden geoordeeld dat de ontbinding niet zou zijn gerechtvaardigd. De persoonlijke omstandigheden die hij heeft geschetst geven daartoe geen aanleiding. De kantonrechter ziet wel dat [gedaagde] in de aanloop naar de mondelinge behandeling een aantal aflossingen heeft gedaan om de achterstand in te lopen en dat hij in de laatste maanden de huur op tijd heeft betaald. Maar de kantonrechter constateert ook dat de achterstand nog steeds meer dan drie maanden bedraagt. De kantonrechter zal de huurovereenkomst daarom ontbinden en [gedaagde] veroordelen het gehuurde te ontruimen. Daarbij gaat de kantonrechter ervan uit dat Servatius, zoals zij bij de mondelinge behandeling heeft toegezegd, het vonnis niet zal executeren zolang [gedaagde] zich aan de regels houdt. Om die reden heeft [gedaagde] geen belang bij een terme de grâce.
4.3.
De kantonrechter zal [gedaagde] tevens veroordelen tot betaling van de huurachterstand zoals die bij de mondelinge behandeling nog bestond en de huurtermijnen vanaf 1 december 2023 dan wel een gebruiksvergoeding tot het bedrag van de maandelijkse huur. Servatius vordert ook wettelijke rente over een bedrag van € 0,00 vanaf 4 juli 2023, maar die vordering zal worden afgewezen, nu die tot niets leidt.
4.4.
Servatius maakt aanspraak op de vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten. De kantonrechter stelt vast dat het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten van toepassing is nu het verzuim na 1 juli 2012 is ingetreden. Servatius heeft aan [gedaagde] een aanmaning gestuurd die voldoet aan de eisen van artikel 6:96 lid 6 BW Pro. In die aanmaning is het tarief vermeld dat past bij de toen bestaande achterstand en dat is het bedrag dat Servatius thans vordert. Dit bedrag zal worden toegewezen.
4.5.
[gedaagde] is de partij die ongelijk krijgt en hij zal daarom in de proceskosten worden veroordeeld. Tot aan dit vonnis worden de proceskosten aan de zijde van Servatius als volgt vastgesteld:
- kosten van de dagvaarding
130,48
- griffierecht
487,00
- salaris gemachtigde
528,00
(2,00 punten × € 264,00)
Totaal
1.145,48

5.De beslissing

De kantonrechter
5.1.
ontbindt de tussen partijen bestaande huurovereenkomst met betrekking tot de woning aan de [adres] te [woonplaats] ,
5.2.
veroordeelt [gedaagde] om binnen veertien dagen na betekening van dit vonnis het gehuurde met personen en zaken te ontruimen en met afgifte van de sleutels ter vrije beschikking van Servatius te stellen,
5.3.
veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Servatius tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen € 2.941,77 ten titel van huur en incassokosten,
5.4.
veroordeelt [gedaagde] voorts om aan Servatius tegen behoorlijk bewijs van kwijting te voldoen € 764,36 per maand zijnde huur c.q. gebruikersvergoeding voor iedere maand die vanaf 1 december 2023 tot het tijdstip van de ontruiming mocht verstrijken of zijn ingegaan, een ingegane maand daarbij gerekend voor een hele maand,
5.5.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten, aan de zijde van Servatius tot dit vonnis vastgesteld op € 1.145,48,
5.6.
wijst het meer of anders gevorderde af,
5.7.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
Dit vonnis is gewezen door mr. P.H.M. Kuster en in het openbaar uitgesproken op 10 januari 2024.