Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 2] [2] van 23 november 2022, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
proces-verbaal van bevindingen van officier van justitie [naam 2] [4] van 23 november 2022, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
verklaring van de verdachte ter terechtzittingvan 12 maart 2024, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
proces-verbaal van aangifte door [slachtoffer 1] [5] van 26 november 2022, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
verklaring van de verdachte ter terechtzittingvan 12 maart 2024, zakelijk weergegeven onder meer inhoudende:
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De straf
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezen verklaarde de strafbare feiten oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- wijst de vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij gedeeltelijk toe en veroordeelt de verdachte tot betaling aan de benadeelde partij,
- verklaart de benadeelde partij voor het meer gevorderde aan materiële schade niet-ontvankelijk;
- wijst de vordering ten aanzien van het meer gevorderde aan immateriële schade af;
- veroordeelt de verdachte in de kosten door de benadeelde partij in het kader van deze procedure gemaakt en ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog te maken, begroot tot heden op nihil;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer 1] , van een bedrag van € 7.542,13, bestaande uit € 42,13 aan materiële schade en € 7.500,- aan immateriële schade, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 26 november 2022 tot aan de dag der algehele voldoening;
- bepaalt dat, indien volledig verhaal niet mogelijk blijkt, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 72 dagen, met dien verstande dat de gijzeling de betalingsverplichting niet opheft;
- bepaalt dat de verdachte van zijn schadevergoedingsplicht jegens de benadeelde is bevrijd voorzover hij heeft voldaan aan een van de hem opgelegde verplichtingen tot vergoeding van deze schade;