Uitspraak
RECHTBANK LIMBURG
1.Onderzoek van de zaak
2.De tenlastelegging
3.De beoordeling van het bewijs
De persoon die was geslagen, lag roerloos op de grond. De persoon die had geslagen, sloeg vervolgens eenmaal op het hoofd van de persoon die roerloos op de grond lag. Vervolgens trapte hij driemaal met kracht, met zijn rechterbeen of rechtervoet, op het hoofd van de persoon die roerloos op de grond lag. Door een andere persoon werd degene die sloeg en trapte van de op de grond liggende persoon afgetrokken. De persoon op de grond bleef roerloos liggen. [8]
gestampt’zal worden toegevoegd in plaats van het onderdeel
“geschopt”.Immers, het geweld tegen het hoofd van het slachtoffer heeft plaatsgevonden van boven naar onder, terwijl schoppen een horizontale beweging suggereert. Uit het verhandelde ter terechtzitting blijkt dat bij de verdachte geen onduidelijkheid heeft bestaan omtrent hetgeen hem werd verweten en met name ook niet omtrent de handelingen die hij jegens het slachtoffer heeft verricht. De in dit verband aanwezige camerabeelden zijn ter terechtzitting bekeken en de rechtbank heeft
het stampendoor de verdachte op die beelden waargenomen en dit ook expliciet benoemd. De verdachte heeft aldus de corrigerende lezing van de tenlastelegging redelijkerwijs kunnen voorzien. De rechtbank heeft hierbij bovendien gelet op de vraag of de door de rechtbank gedane
inlezingvan het onderdeel
‘gestampt’een redelijke uitleg van de tenlastelegging betreft, dat wil zeggen een uitleg die recht doet aan de bedoelingen van een redelijke steller van een tenlastelegging. Deze vraag beantwoordt de rechtbank bevestigend.
op het hoofdvan het slachtoffer is
gestampt.
4.De strafbaarheid van het bewezenverklaarde
“ik ga hem opeten”, daarmee kennelijk doelend op de verdachte.
5.De strafbaarheid van de verdachte
“wakker”zou zijn geworden (p. 62 van het procesdossier). Kort voor de aanhouding (p. 4 van het procesdossier) verklaarde hij nochtans dat hij
“niets gedaan had.”
“trappen nooit moeten doen/geven”en betuigde spijt tegenover de verbalisant voor het feit dat hij
“zo flipte”.Tijdens de terechtzitting gaf de verdachte nog een andere versie: hij zou pas “
wakker zijn geworden in de politieauto”.
“in het nauw gedreven wordt het hem snel zwart voor de ogen kan worden; hij zal zichzelf dan altijd verdedigen”, om vervolgens tegen die zelfde deskundigen te vertellen dat hij zich ten tijde van het incident niet in het nauw gedreven voelde (p. 29 van het rapport).
6.De straf en de maatregel
“wie het ook schuld is (...)”, zijn de deels geheelde wonden bij het slachtoffer weer opengereten. Dit werd ook zo benoemd door de advocaat van het slachtoffer.
Handelingsvaardighedenen
Pedagogische beïnvloeding) betreffen items die bij aanwezigheid een indicatie kunnen vormen voor toepassing van het jeugdstrafrecht. De verdachte laat hierbij op de items
Handelt zonder nadenken,
scholing noodzakelijken deels op de items
Kan risico's eigen handelen nauwelijks inschattenen
Neemt actief deel aan gezin van herkomstmogelijkheden zien voor pedagogische beïnvloeding.
Justitiële voorgeschiedenis, Criminele levensstijl, Psychopathische trekken en Pedagogische onmogelijkheden) vertegenwoordigen de items die bij aanwezigheid als contra-indicatie kunnen gelden. De verdachte laat hierbij in het cluster
Justitiële voorgeschiedeniscontra-indicaties zien op de gebieden
Toename ernst delictenen deels op de items
Langdurige beveiliging maatschappij noodzakelijken
Is niet onder de indruk van justitiële autoriteiten. Betreffende het cluster
Psychopathische trekkenlaat de verdachte trekken van psychopathie zien. Als laatste heeft hij in het verleden reeds laten blijken dat er omtrent het cluster
Pedagogische onmogelijkhedenook problemen zijn geweest. Hij heeft blijkens de aangeleverde stukken herhaaldelijk problemen gehad met school en weinig motivatie laten zien voor instanties die hulpverlening op dat vlak wilden bieden.
“ietsje te ver was gegaan”en in het gesprek met de reclassering (rapportage d.d. 15 februari 2024) gaf hij aan dat hij zichzelf slachtoffer voelde. Tijdens de terechtzitting is pijnlijk duidelijk geworden dat de verdachte kennelijk nog steeds geen zelfinzicht heeft, nu hij op de vraag of hij de camerabeelden had gezien, antwoordde:
“wie het ook schuld is, dit had nooit mogen gebeuren”. Opvallend was ook dat de verdachte, ondanks de tijdens de ter terechtzitting getoonde glasheldere beelden, volhardde in zijn bewering dat het slachtoffer, voor de eerste slag door de verdachte, met gebalde vuisten dreigend voor hem stond, terwijl uit de camerabeelden daarvan nadrukkelijk niets is gebleken. Dit getuigt van gebrek aan enig zelfinzicht en empathisch vermogen en zelfs over zijn spijt verklaarde de verdachte aldus verschillend. De enige die schuld heeft aan dit voorval is de verdachte zelf, maar dat lijkt hij niet in te zien. Ter zitting wekte hij alleszins de indruk zijn verantwoordelijkheid voor hetgeen is gebeurd niet te nemen. Ook de 326 dagen in voorarrest en de ambulante behandeling die hij tijdens de schorsingsperiode heeft gevolgd, hebben daar kennelijk geen verandering in gebracht. Dit maakt dat de rechtbank, evenals deze deskundigen, het recidivegevaar als hoog inschat.
7.De benadeelde partij en de schadevergoedingsmaatregel
8.De wettelijke voorschriften
9.De beslissing
- verklaart het tenlastegelegde bewezen zoals hierboven onder 3.4 is omschreven;
- spreekt de verdachte vrij van wat meer of anders is ten laste gelegd;
- verklaart dat het bewezenverklaarde het strafbare feit oplevert zoals hierboven onder 4 is omschreven;
- verklaart de verdachte strafbaar;
- veroordeelt de verdachte tot een
- beveelt dat de tijd die door de veroordeelde vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in voorarrest is doorgebracht, bij de uitvoering van deze gevangenisstraf in mindering zal worden gebracht;
- gelast dat de verdachte
- beveelt dat de ter beschikking gestelde
- veroordeelt verdachte tevens in de proceskosten door de benadeelde partij gemaakt, tot op heden begroot op € 812,-, en in de proceskosten die de benadeelde partij ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog moet maken;
- legt aan de verdachte op de verplichting tot betaling aan de Staat ten behoeve van [slachtoffer] , van een bedrag van € 14.165,47,-, te vermeerderen met de wettelijke rente vanaf 15 oktober 2022 tot aan de dag der algehele voldoening, bij gebreke van betaling en verhaal kan gijzeling worden toegepast van maximaal 105 dagen. De toepassing van deze gijzeling heft de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet op;
- de verdachte is van deze betalingsverplichting bevrijd voor zover hij aan de betalingsverplichting jegens [slachtoffer] heeft voldaan.
hij, op of omstreeks 15 oktober 2022 te Sittard, gemeente Sittard-Geleen, aan [slachtoffer] opzettelijk zwaar lichamelijk letsel, te weten een gebroken bovenkaak, althans een breuk in de wand van de kaakbijholte (sinus maxillaris) en/of fracturen van dentale elementen, heeft toegebracht door deze [slachtoffer] telkens opzettelijk (met kracht) tegen/op het hoofd en/of het gezicht, althans tegen het lichaam te slaan en/of met geschoeide voet te schoppen.