Eiser, een alleenstaande bewoner, ving in april 2022 twee Oekraïense vluchtelingen op in zijn woning, waardoor het Waterschap Limburg uitging van een meerpersoonshuishouden en een hogere zuiveringsheffing oplegde. Eiser betoogde dat deze verhoging onredelijk was en dat de wooncomponent van het leefgeld onvoldoende was om de extra kosten te dekken.
Het Waterschap wees een verzoek tot toepassing van de hardheidsclausule af, omdat de Oekraïense vluchtelingen een maandelijkse wooncomponent ontvangen waarmee zij geacht worden bij te dragen aan de kosten. De rechtbank overwoog dat de beslissing over de hardheidsclausule niet aan haar beoordeling is onderworpen en dat de verhoging van de heffing terecht was gebaseerd op het meerpersoonshuishouden.
De rechtbank concludeerde dat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat de wooncomponent ontoereikend was en dat de verhoging van de zuiveringsheffing proportioneel was, mede gezien de kwijtschelding van andere gemeentelijke lasten en het relatief geringe maandbedrag van de heffing per persoon. De verwijzing naar de Handreiking Particuliere Opvang Oekraïners bood geen grond voor een ander oordeel. Het beroep werd ongegrond verklaard.