ECLI:NL:RBLIM:2024:1510

Rechtbank Limburg

Datum uitspraak
27 maart 2024
Publicatiedatum
29 maart 2024
Zaaknummer
10817263 \ CV EXPL 23-5232
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:447 BWArt. 7:450 BWArt. 93 RvArt. 71 Rv
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verwijzing zaak wegens onbevoegdheid kantonrechter bij geschil over informed consent medische ingreep

In deze civiele procedure vordert eiseres dat het Academisch Ziekenhuis Maastricht wordt veroordeeld tot schadevergoeding wegens tekortkoming in de nakoming van een geneeskundige behandelingsovereenkomst. Eiseres stelt dat zij onvoldoende is geïnformeerd over een liposuctie/lipofilling ingreep in 2015, waardoor sprake is van non-informed consent en een schending van haar zelfbeschikkingsrecht.

MUMC voert een bevoegdheidsincident aan en betwist de absolute bevoegdheid van de kantonrechter, stellende dat de vordering van onbepaalde waarde is en derhalve de rechtbank bevoegd is. Eiseres betoogt dat de kantonrechter bevoegd is omdat het een consumentenovereenkomst betreft en uit proceseconomisch oogpunt.

De kantonrechter oordeelt dat de vordering inderdaad van onbepaalde waarde is en dat er geen aanwijzingen zijn dat deze lager is dan € 25.000. De geneeskundige behandelingsovereenkomst kwalificeert niet als een aardvordering die aan de kantonrechter toekomt. De zaak wordt daarom verwezen naar de handelskamer van de rechtbank Limburg voor verdere behandeling. Partijen worden gewezen op de noodzaak van advocaatvertegenwoordiging en de verschuldigde griffierechten.

Uitkomst: De kantonrechter verklaart zich onbevoegd en verwijst de zaak naar de handelskamer van de rechtbank Limburg.

Uitspraak

RECHTBANKLIMBURG
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Maastricht
Zaaknummer: 10817263 \ CV EXPL 23-5232
Vonnis in incident van de kantonrechter van 27 maart 2024
in de zaak van
[eiseres],
te [woonplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
gemachtigde: mr. S.X.J. Zuidema,
tegen
1. de publiekrechtelijke rechtspersoon
ACADEMISCH ZIEKENHUIS MAASTRICHT, H.O.D.N. MAASTRICHT UNIVERITAIR MEDISCH CENTRUM (MUMC+),
te Maastricht,
hierna te noemen: MUMC
gemachtigde: mr. K. Mous.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met producties 1 t/m 24,
- de conclusie van antwoord tevens houdende exceptie van onbevoegdheid met producties 1 t/m 21,
- de conclusie van antwoord in het incident.
1.2.
Ten slotte is vonnis in het incident bepaald.

2.Het geschil

in de hoofdzaak
2.1.
[eiseres] vordert dat de kantonrechter bij vonnis, voor zoveel mogelijk uitvoerbaar bij voorraad:
primair en subsidiair
voor recht verklaart dat MUMC is tekort geschoten in de nakoming van de geneeskundige behandelingsovereenkomst als gevolg van het ontbreken van informed consent voor de operatie van 22 december 2015, dan wel onrechtmatig jegens [eiseres] heeft gehandeld,
MUMC veroordeelt tot vergoeding van de schade als gevolg van de tekortkoming, dan wel onrechtmatige daad, nader op te maken bij staat en te vereffenen volgens de wet,
MUMC veroordeelt in de proceskosten en de nakosten.
2.2.
Aan haar vordering heeft [eiseres] – kort samengevat – het volgende ten grondslag gelegd. Tussen partijen is een geneeskundige behandelingsovereenkomst gesloten, uit hoofde waarvan MUMC bij [eiseres] een liposuction/lipofilling ingreep zou uitvoeren. MUMC is tekortgeschoten in de nakoming van deze overeenkomst. [eiseres] is in strijd met de informatieplicht ex artikel 7:447 lid 1 BW Pro onvoldoende door MUMC over de ingreep geïnformeerd. [eiseres] heeft daardoor geen weloverwogen toestemming kunnen geven voor de ingreep in de zin van artikel 7:450 BW Pro. Derhalve is sprake van een non-informed consent. Subsidiair stelt [eiseres] dat ernstig inbreuk is gemaakt op haar zelfbeschikkingsrecht.
2.3.
MUMC concludeert tot afwijzing van de vorderingen van [eiseres] , met veroordeling van [eiseres] – uitvoerbaar bij voorraad – in de proceskosten.
in het incident
2.4.
MUMC heeft een bevoegdheidsincident opgeworpen door zich voor alle weren te beroepen op (absolute) onbevoegdheid van de kantonrechter. Daartoe voert MUMC – kort samengevat – aan dat sprake is van een vordering van onbepaalde waarde (verklaring voor recht en verwijzing naar de schadestaat). Dit maakt dat op grond van artikel 93 Wetboek Pro van Burgerlijke Rechtsvordering (Rv) de rechtbank bevoegd is van de vorderingen kennis te nemen, tenzij er duidelijke aanwijzingen zijn dat de vordering geen hogere waarde vertegenwoordigt dan € 25.000,-. Dit laatste is door [eiseres] niet gesteld, laat staan onderbouwd, zodat moet worden aangenomen dat de kantonrechter niet bevoegd is en verwijzing naar de rechtbank dient plaats te vinden.
2.5.
[eiseres] stelt – onder verwijzing naar literatuur en jurisprudentie – dat een geneeskundige behandelingsovereenkomst kan worden aangemerkt als een consumentenovereenkomst, zodat de kantonrechter bevoegd is van dit geschil kennis te nemen. Daarnaast is vanuit proceseconomisch oogpunt gekozen voor de kantonrechter, vanwege de (lagere) proceskosten. [eiseres] bevestigt verder dat zij niet heeft gesteld, en ook niet is gebleken, dat de vordering beperkt blijft tot € 25.000,-.

3.De beoordeling in het incident

3.1.
Ter beoordeling ligt voor de vraag of de kamer voor kantonzaken of de handelskamer aangewezen is om het tussen partijen gerezen geschil te behandelen en daarop te beslissen.
3.2.
De maatstaf voor de beoordeling van de absolute bevoegdheid van de kantonrechter wordt gegeven door artikel 93 Rv Pro. De vorderingen van [eiseres] zijn van onbepaalde waarde, terwijl er geen duidelijke aanwijzingen zijn dat de vorderingen geen hogere waarde vertegenwoordigen dan € 25.000,00 (artikel 93 sub b Rv Pro).
3.3.
Anders dan [eiseres] stelt is geen sprake van een aardvordering als bedoeld in artikel 93 sub c Rv Pro. Voor een aantal specifieke categorieën van zaken is de kantonrechter als bevoegde rechter aangewezen, zoals de consumenten
koop. Dat de geneeskundige behandelingsovereenkomst als consumentenovereenkomst gekwalificeerd kan worden, maakt niet dat geschillen daarover aan de kantonrechter voorgelegd moeten worden. De door [eiseres] aangehaalde literatuur en jurisprudentie ziet (vooral) op de vraag of aan de Nederlandse rechter rechtsmacht toekomt op grond van de kwalificatie van de geneeskundige behandelingsovereenkomst als consumentenovereenkomst naar Europees recht, maar ziet niet op de (absolute) bevoegdheid van de kantonrechter.
3.4.
De zaak moet dan ook op de voet van artikel 71 Rv Pro ter verdere behandeling worden verwezen naar de kamer voor andere zaken dan kantonzaken (de handelskamer) van deze rechtbank.

4.De beslissing

De kantonrechter
4.1.
verwijst de zaak in de stand waarin zij zich bevindt naar de rolzitting van de kamer voor andere zaken dan kantonzaken van de afdeling burgerlijk recht van deze rechtbank zittingslocatie Maastricht van
woensdag 10 april 2024 om 10:00 uur, voor stellen advocaat,
4.2.
wijst partijen erop dat zij in het vervolg van de procedure niet meer in persoon of bij gemachtigde kunnen procederen, maar dat zij vertegenwoordigd moeten worden door een advocaat,
4.3.
wijst gedaagde partij erop dat na verwijzing griffierecht is verschuldigd van € 676,00, dat dit griffierecht kan worden afgeleid uit de griffierechttabellen op www.rechtspraak.nl en dat het griffierecht binnen 4 weken na voormelde roldatum moet zijn bijgeschreven, waarvoor gedaagde partij een nota met betaalinstructies ontvangt van het LDCR.
Dit vonnis is gewezen door mr. R.H.J. Otto en in het openbaar uitgesproken op 27 maart 2024.
RJ